Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
Zonder twijfel een van de meest tot de verbeelding
sprekende sterren die de rock voortbrengt. Een man wiens grootste verdienste ligt in de kunst om
'moeilijke' of anderszins niet 'en vogue' zijnde muziek binnen het smaakgebied van een groot
publiek te brengen en die daarbij een onnavolgbare flair aan de dag legt. Een trendsetter, die
voortdurend in beweging is en wiens creativiteit niet te stuiten lijkt. Hij wordt geboren in Brixton,
Zuid-Londen. Het gezin verhuist naar Bromley, een aantal mijlen verder naar de zuidgrens van
Londen, waar David de Technical High School bezoekt. Als scholier valt hij alleen op bij de vakken
kunst en sport. Op 11-jarige leeftijd schaft hij zich een saxofoon aan, speelt de solo's van King
Curtis op plaatjes van Little Richard na en neemt les bij Ronnie Ross. Hij maakt deel uit van
schoolbandjes als George And The Dragons en The Konrads en na het eindexamen werkt hij korte
tijd als grafisch ontwerper bij een reclamebureau, alvorens zich volledig in de muziek te storten.
Onder de indruk van groepen als The Rolling Stones en The Pretty Things richt hij een eigen band
op: Davie Jones With The King-Bees, waarmee hij in '64 de single Liza Jane opneemt. Meer singles
volgen, eerst met The Manish Boys (I Pity The Fool), dan als Davie Jones And The Lower Third
(You've Got A Habit Of Leaving), vervolgens onder de naam David Bowie, een pseudoniem dat hij
op aandrang van zijn manager Ken Pitt aanneemt om iedere verwarring met Davy Jones van The
Monkees te voorkomen. Pitt wil van Bowie een nieuwe Tommy Steele maken en stuwt hem in de
richting van cabaret, music hall en televisie. David gaat liedjes schrijven die niet zozeer lijken op die
van Steele als wel op die van Anthony Newley, een andere Londense cabaret- en music hall-
favoriet. Geestige observaties van het leven van alledag, getoonzet op nogal lichte en frivole wijze.
Liedjes als London Boys en The Laughing Gnome, die vele jaren later zullen worden
samengebracht op het dubbelalbum Images 1966-67. Een aantal ervan is te vinden op David Bowie,
dat in '67 verschijnt en bij herpersingen verschillende titels als Love You Till Tuesday, The World Of
David Bowie en In The Beginning draagt. David vat in die tijd een fascinatie voor het Zen-
boeddhisme op en sluit zich aan bij de mime-groep van Lindsay Kemp, waar hij de danseres
Hermione Farthingale ontmoet met wie hij gaat samenleven en later ook zal gaan optreden onder
de naam Feathers (met bassist John Hutchinson). Zijn carrière komt in een stroomversnelling als in
'69 het een jaar eerder naar aanleiding van de Stanley Kubrick-film 2001: A Space Odyssey
geschreven liedje Space Oddity wordt uitgebracht. De BBC-televisie gebruikt het als muziek bij de
maanlandingsreportage en het nummer wordt een hit. Via platenman Lou Reizner komt hij ten
slotte bij Mercury terecht en via dezelfde persoon komt hij in contact met de Amerikaanse Mary
Angela (Angie) Barnett, met wie hij in '69 in het huwelijk treedt, mede om haar van visaproblemen
te verlossen. Er wordt een zoon geboren: Zowie (later: Joey). Man Of Words Man Of Music wordt
gemaakt op basis van het succes van de single en wordt bij het opnieuw uitbrengen omgedoopt
tot Space Oddity. The Man Who Sold The World is geproduceerd door de Amerikaan Tony Visconti,
die dan ook als bassist deel uitmaakt van Bowies podiumband, verder bestaande uit gitarist Mick
Ronson en drummer John Cambridge. De groep heet Hype, maar nadat Mick 'Woody'
Woodmansey de nieuwe drummer is geworden en Visconti plaats heeft gemaakt voor Trevor
Bolder wordt dat: The Spiders From Mars. Dit naar aanleiding van een op stapel staand
conceptalbum over de opkomst en ondergang van een denkbeeldige rockster The Rise And Fall Of
Ziggy Stardust And The Spiders From Mars. In '72 bereikt Bowies populariteit grote hoogten. Vier
albums bevinden zich in de Top 20. De hele Britse pers stort zich op zijn zelfbeleden biseksualiteit
en hij is de onmiskenbare koning van de glam-rock. Met Hunky Dory sluit hij geraffineerd aan bij de
decadente sfeer en modetrend van de vroege jaren zeventig en met The Rise And Fall Of Ziggy
Stardust And The Spiders From Mars verwijst hij op pikante wijze naar de biografie van bestaande
grootheden, alsmede naar die van zichzelf. Door zich steeds zeer extravagant uit te dossen blijft hij
de media beheersen en zijn nieuwe manager Tony de Fries geeft het woordje 'hype' een nieuwe
dimensie. Bowie begint zich te bekwamen in het producersvak en verbluft in '73 vriend en vijand
met zijn spectaculaire Ziggy Stardust-tournee. Filmopnamen van die toer, gemaakt onder regie van
D.A. Pennebaker, zullen tien jaar later de bioscoop halen onder de titel Ziggy Stardust And The
Spiders From Mars, waarvan de soundtrack als dubbelalbum verschijnt. Aladdin Sane is een te snel
opgenomen, vrij onevenwichtige plaat en Pin Ups bevat louter cover-versies van nummers uit de
Britse beatperiode. De kameleontische persoonlijkheid van Bowie blijft intrigeren en irriteren.
Diamond Dogs is een futuristisch conceptalbum, waarop verwezen wordt naar George Orwells
toekomstroman Nineteen Eighty-Four. Na het verschijnen ervan vertrekt Bowie met een nieuwe
begeleidingsgroep naar de Verenigde Staten. David Live is de registratie van die tournee, Young
Americans is een in de Sigma Sound-studio opgenomen, dansbare soulplaat, waarvan een duet
met John Lennon, Fame, een grote hit wordt. Op Station To Station introduceert hij een nieuw
alter-ego: de Thin White Duke, een door de Angelsaksische mythologie geobsedeerde, gladde
aristocraat, die nogal wat misverstanden oproept. Door Nicholas Roeg krijgt hij een eerste grote
filmrol aangeboden, in diens The Man Who Fell To Earth. Daarna keert hij het cocaïnecircuit van Los
Angeles de rug toe om in Berlijn weer zichzelf te worden. De periode die nu aanbreekt en die na
de Engelse en de Amerikaanse ook wel de Europese periode wordt genoemd, is er een van
interessante artistieke experimenten in nauwe samenwerking met Brian Eno. Riskant, maar Low
wordt gewoon een bestseller en met "Heroes" en Lodger completeert hij zijn Berlijnse trio. De
titelsong van "Heroes" is een grote hit. Stage is de neerslag van een wereldtournee en met Scary
Monsters... And Super Creeps duikt niet alleen het clowntje uit Bowies mime-periode, maar ook
de levensangst van The Man Who Sold The World weer op. Een nieuwe filmrol, in David
Hemmings' Just A Gigolo, wordt een artistiek en commercieel fiasco, maar in '83 revancheert hij
zich met geïnspireerde hoofdrollen in Tony Scotts The Hunger en Nagisa Oshima's Merry
Christmas, Mr. Lawrence. Als toneelacteur maakt hij grote indruk in The Elephant Man (Bernard
Pomerance) en de BBC-tv-productie Baal (Brecht). Enkele door Bowie gezongen liederen uit deze
laatste vullen de Ep David Bowie In Bertolt Brecht's Baal (Rca '82). Hoewel hij zich meer en meer
op zijn filmcarrière concentreert en er zelfs verstrekkende regie-ambities op na houdt, tekent hij
een contract voor vele miljoenen, dat hem voor een reeks van albums aan Emi America bindt. De
eerste is meteen raak: Let'S Dance, waarvan de titelsong zo ongeveer de halve wereld op de
dansvloer brengt. Met alle publiciteit rond de films, de nieuwe plaat en een grootscheepse
tournee, die hem ook in de Rotterdamse Kuip brengt, is '83 onmiskenbaar het jaar van David
Bowie. Daarna doet hij het wat kalmer aan. Tonight stelt teleur; David lijkt in een artistieke impasse
te verkeren en leunt op covers van o.a. Iggy Pop. Wel tekent hij samen met gitarist Pat Metheny
voor de themasong van de film The Falcon And The Snowman met het nummer This Is Not
America, in Nederland een nummer 1-hit. Zijn rol in Julian Temple's filmmusical Absolute
Beginners beperkt zich tot een paar scènes, ook al staat hij prominent op alle affiches en neemt hij
de titelsong voor zijn rekening. Daarna speelt hij in Jim Hensons Labyrinth, waarvoor hij ook vijf
nieuwe songs schrijft (single: Underground); de rest van de soundtrack (Emi America '86) bevat
muziek van de componist Trevor Jones. In '87 kondigt hij een nieuwe wereldtournee aan ter
promotie van Never Let Me Down, een plaat die bij zijn voorganger vergeleken een zeker herstel
inhoudt. De Glass Spider Tour is bovendien in visueel opzicht de spectaculairste uit zijn carrière.
Met een uitgebreid gezelschap acrobaten, dansers en mimespelers dart hij rond in een gigantisch
spinneweb, daarbij zelf enkele gevaarlijk ogende stunts voor zijn rekening nemend. In
ontmoetingen met de pers belijdt hij zijn hernieuwde geloof in de rock & roll van zijn jeugd. Toch
kijkt menigeen vreemd op bij zijn volgende project: de groep Tin Machine. Met gitarist Reeves
Gabrels (ex-Rubber Rodeo) en de ritmetandem Tony Sales (bas) en Hunt Sales (drums), bekend
van hun werk met Iggy Pop, maakt Bowie op Tin Machine keiharde stadsrock, terwijl hij in zijn
teksten fel van leer trekt tegen crack-dealers en het heroprukkend fascisme. Met deze groep doet
hij een uniek optreden voor 900 mensen in het Amsterdamse Paradiso. Vier heren in keurige
pakken, de zanger met een stoppelbaard. Begin '90 kondigt Bowie plotseling een nieuwe
wereldtournee aan, waarbij hij als een soort zingende jukebox een op verzoeknummers
gebaseerde show ten beste geeft. In zijn band is Adrian Belew (King Crimson, Talking Heads, Frank
Zappa) het belangrijkste aanspeelpunt. Tegelijk verschijnt op het Rykodisc-label Sound+Vision,
een box met een riante keuze uit het uitgebreide Bowie-oeuvre, inclusief een aantal nooit eerder
uitgebrachte nummers. Ook bijna al zijn RCA-albums verschijnen in de loop van '90 en '91 op cd
(op Emi!). Bowie heeft dan zijn contract bij Emi America uitgediend en lijkt zich te bezinnen op zijn
volgende meesterzet. Maar eerst verschijnt nog de aangekondigde tweede studioplaat van Tin
Machine, Tin Machine Ii, die zeer lauw ontvangen wordt. Zonder de groep formeel op te doeken is
zijn volgende stap weer een soloproject: Black Tie, White Noise, dat in de Verenigde Staten
verschijnt op het jonge Savage-label van miljonairszoon annex playboy David Mimran. Dit album
bevat een aantal stukken die Bowie speciaal schrijft voor de plechtige inzegening van zijn huwelijk
(24-3-'92) met het Somalische fotomodel Iman. Zijn eerste vrouw Angie publiceert in '93 haar
memoires met allerlei compromitterende en scandaleuze onthullingen. Het zit hem dat jaar niet
mee als Black Tie, White Noise in de Verenigde Staten flopt en tot overmaat van ramp ook het
Savage-label wegens mismanagement op de fles gaat. The Buddha Of Suburbia is gebaseerd op de
oorspronkelijke score voor de gelijknamige BBC-tv-serie en resulteert in een nostalgisch getinte
popplaat waarop Bowie terugblikt op de late jaren zestig. Santa Monica '72, jarenlang een
veelgezochte bootleg, bevat radio-opnamen uit '72 en wordt geheel buiten hem om officieel
uitgebracht. In '95 exposeert hij met schilderijen, tekeningen en litho's in The Gallery te Londen.
Ook gaat hij weer met Eno de studio in voor 1. Outside, de eerste van een serie conceptalbums in
het verlengde van Low en "Heroes". In de film Basquiat, het regiedebuut van kunstenaar Julian
Schnabel, speelt Bowie de rol van de man aan wie hij in '71 een liedje wijdde: Andy Warhol. Hij
gaat in '96 op tournee met een groep bestaande uit oude getrouwen als Mike Garson (ex-Spiders
From Mars), Reeves Gabrels (ex-Tin Machine), aangevuld met zangeres-bassiste Gail Ann Dorsey
en drummer Zachary Alford. 'Dit is de beste band die ik ooit heb gehad,' verklaart hij en duikt
onmiddellijk na de tournee met deze groep de studio in voor Earthling, een tussendoortje vol
eigentijdse drum 'n' bass-invloeden. Vijf nummers van deze plaat gaan in voorpremière op
Internet. Hij viert zijn vijftigste verjaardag in New York met een concert in Madison Square
Gardens, waarbij bevriende artiesten als Lou Reed, Robert Smith (The Cure) e.a. acte de présence
geven. Componist Philip Glass brengt na Low Symphony in '97 opnieuw een symfonisch werk op
basis van Bowie's muziek uit: Heroes Symphony. Zakelijk gaat het Bowie beter dan ooit. Hij
verkoopt zijn hele catalogus voor 55 miljoen gulden aan Emi en op Wall Street staan de aandelen
David Bowie hoog genoteerd. In interviews benadrukt de creatieve vijftiger voorlopig niet aan
stoppen te denken. 'I love it. It's fab!' De nieuwe media blijven hem fascineren Hij is persoonlijk
betrokken bij het opzetten van de website www.davidbowie.com, waarop hij allerlei niet eerder
uitgebrachte nummers zet en enkele van zijn schilderijen exposeert, en staat model voor de
actieheld Boz in het CD-ROM-spel Omikron: The Nomad Soul. Pete Townshend en Dave Grohl
spelen gitaar op het goed ontvangen Heathen, dat de terugkeer van producer Tony Visconti
markeert en wordt uitgebracht op Bowie's nieuwe ISO-label. Voor het eerst sinds lange tijd covert
Bowie hierop songs van anderen (Neil Young, The Pixies en The Legendary Stardust Cowboy!). Hij
is als gastzanger te horen op albums van Lou Reed (The Raven) en Kristeen Young (Breasticles). In
de herfst van '03 verschijnt Reality en is de start van een nieuwe Europese tournee. Bowie oogt
fitter dan ooit, maar schijn bedriegt. Tijdens een optreden in Nice in november '03 kampt hij nog
met stemproblemen en loopt het podium af, een half jaar later is de situatie een stuk ernstiger. Na
een concert in het Duitse Scheessel wordt Bowie naar het ziekenhuis gebracht met wat in eerste
instantie lijkt op een afgeklemde zenuw. Later wordt duidelijk dat hij een verstopte slagader heeft
en een hartoperatie heeft moeten ondergaan. Noodgedwongen worden verscheidene Europese
zomerfestivals - waaronder Rock Werchter - gecanceled en trekt Bowie zich terug ter revalidatie.
Juli '05 laat hij weer van zich horen als hij met Brian Transeau een bijdrage - (She Can) Do That -
levert aan de soundtrack van Stealth. Een maand later komt het bericht dat de onverwoestbare
thin white duke zijn podiumcomeback zal maken tijdens het in het najaar te houden Fashion
Rocks-festival in New York.
Bron: OOR Popencyclopedie
Het grootste assortiment dvd's
van Nederland!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina