Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
22 juni 1936
Kristofferson wordt geboren in Brownsville, Texas, maar
verhuist al spoedig met zijn ouders naar Californië, waar hij op jeugdige leeftijd aan het Pomona
College een graad in de Engelse literatuur haalt. Gewapend met een studiebeurs voor de
Universiteit van Oxford vertrekt hij in '58 naar Engeland. In die tijd begint hij songs te schrijven en
weet, onder de naam Kris Carson, een contract los te weken van de manager van Tommy Steele -
echter zonder noemenswaardige gevolgen. In '60 wordt hij opgeroepen om zijn militaire
dienstplicht te vervullen en zijn muzikale ambities lijken dan dusdanig getorpedeerd dat hij niets
beters weet te doen dan bij te tekenen. Na zijn demobilisatie in '65 vertrekt hij naar Nashville,
waar hij de volgende vier jaar tevergeefs probeert om als songschrijver aan de slag te komen. Om
met zijn grote idool Johnny Cash in contact te komen, accepteert hij zelfs een baantje als
schoonmaker in opnamestudio's. Dit resulteert in '69 in een ontmoeting met Roger Miller, die als
eerste het liedje Me And Bobby McGee opneemt, een nummer dat datzelfde jaar ook door Janis
Joplin op de plaat wordt gezet, die er (postuum) een wereldhit mee scoort. Me And Bobby McGee
blijkt het keerpunt in Kristoffersons carrière. Het nummer wordt door tal van artiesten (onder wie
Bill Haley!) opgenomen en zijn naam als songschrijver is gevestigd. In '69 tekent hij een
platencontract bij Monument en in '70 verschijnt zijn debuutalbum Kristofferson, dat in Nederland
pas in '73 onder de titel Me And Bobby McGee wordt uitgebracht. Het schitterende, voornamelijk
autobiografische materiaal op deze plaat is een prooi voor tal van artiesten. Met Help Me Make It
Through The Night (later ook een hitje voor Gladys Knight & The Pips) haalt Sammi
Smith een eerste plaats in de Amerikaanse Top 100, en Kristoffersons grote voorbeeld Johnny
Cash covert Sunday Morning Sidewalk. In '71 verschijnt The Silver Tongued Devil And I, een plaat
die in tegenstelling tot Kristofferson zeer goed bij het publiek aanslaat. De samenwerking met Rita
Coolidge, die op The Silver Tongued Devil And I de achtergrondvocalen verzorgt voor The Taker,
een nummer dat hij schrijft in samenwerking met Shel Silverstein, wordt geïntensiveerd op Border
Lord en Jesus Was A Capricorn en resulteert in een huwelijk ('73), en in een aantal matige duo-
elpees (Full Moon, Breakaway, Natural Act). Parallel aan zijn platencarrière loopt zijn carrière als
acteur, die in '72 aanvangt met een rol in de televisiefilm Cisko Pike. Daarmee trekt hij de aandacht
van Sam Peckinpah, die hem de rol van Billy aanbiedt in de film Pat Garrett And Billy The Kid. Bob
Dylan schrijft de soundtrack (Knockin' On Heaven's Door!) en vervult een bijrol. Kristoffersons
filmcarrière is gemaakt, en zijn muziek lijdt daar hevig onder. Spooky Ladies Sideshow is,
voornamelijk doordat een deel van het materiaal stamt uit de vruchtbare periode vóór '71, nog
het aanhoren waard, maar daarna hebben de muziekcritici, in tegenstelling tot hun collega's bij de
afdeling 'film', geen goed woord meer voor hem over. In '80 lijkt het tij weer te keren. Het
onmiskenbaar aanwezige acteertalent wordt voornamelijk aangesproken voor rollen die onder de
noemer 'jeune premier' kunnen worden gerangschikt en de enige opwinding die ontstaat, wordt
veroorzaakt door enkele voor Amerikaanse begrippen vrijmoedige liefdesscènes. Kristofferson
heeft zich inmiddels weer in de armen gestort van twee oude liefdes: drank en vrouwen
(hoofdthema's ook van het merendeel van zijn werk), en mede daardoor strandt in dat jaar het
huwelijk met Coolidge. De weerslag daarvan is terug te vinden op To The Bone, een album dat
schoorvoetend de kwaliteit van de eerste platen benadert. Producer David Anderle heeft plaats
gemaakt voor Norbert Putnam, de violen zijn de laan uitgestuurd en voor oude companen als
Donnie Fritts en Billy Swan is wederom een belangrijke plaats ingeruimd. De hoop op een
wedergeboorte van de musicus Kristofferson blijkt echter ijdel. Hij blijft meer aandacht schenken
aan zijn acteurscarrière, al zijn ook in dat opzicht de resultaten mager. Pas rond de jaarwisseling
'82/'83 verschijnt The Winning Hand, een album waarvoor hij echter slechts twee nieuwe, althans
niet eerder opgenomen songs levert - een magere oogst voor een man die een generatie van
artiesten voorzag van subliem songmateriaal. Ook de daaropvolgende jaren blijft het sappelen met
de musicus Kristofferson, al is zijn bijdrage aan Songwriter iets substantiëler: vijf nieuwe songs.
Maar dat zal wel komen omdat het de soundtrack van de gelijknamige film is en de acteur kan
profiteren van zijn muzikale voorgeschiedenis.
Bron: OOR Popencyclopedie
Alle seizoenen van
je favoriete tv-serie!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina