Max. €1,95 verzending & 14 dagen recht van retour

Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu

Ry Cooder

  1. Overzicht
  2. Biografie
  3. Alle dvd's en Blu-rays
  4. Verwante uitvoerenden

Biografie

Californische meestergitarist die weleens de etnograaf van de rock wordt genoemd, vanwege zijn vermogen om obscure composities uit traditionele muziekstijlen nieuw leven in te blazen. Geboren en getogen in Los Angeles, probeert hij als kind al op akoestische gitaar met de folk-bluesplaten van zijn vader mee te spelen. Nadat hij zich eerst het fingerpickin'-spel heeft eigen gemaakt, werpt hij zich op de bottleneck-techniek, waarbij hij het een en ander opsteekt van de zwarte Delta-bluesartiesten. In '64 komt hij in contact met Taj Mahal, met wie hij The Rising Sons opricht, die blijkens het pas decennia later uitgebrachte The Rising Sons een voor die dagen ongekende mix speelt van rock & roll en country-blues. De carrière van de groep komt nooit echt van de grond, reden waarom Cooder emplooi zoekt als studiomuzikant. Eerst speelt hij mee op Tanyet van de raga-rockgroep rond collega Larry Knechtel, vervolgens doet hij sessies voor uiteenlopende artiesten als Captain Beefheart (op Safe As Milk is hij zelfs even lid van de Magic Band, zie Captain Beefheart), Gordon Lightfoot en Paul Revere & The Raiders en verder is hij te horen op het debuutalbum van Little Feat, de albums Let It Bleed en Sticky Fingers van The Rolling Stones, en de soundtrack van de Mick Jagger-film Performance. Begin jaren zeventig debuteert hij met Ry Cooder, een verzameling unieke adaptaties van nummers uit de jaren '30, de tijd van de Amerikaanse depressie. Op Into The Purple Valley, door de Nederlandse critici uitgeroepen tot beste album van '72, worden die kennis en die consciëntieuze interpretatie nog op een hoger plan getild. Boomer'S Story en Paradise And Lunch zijn van een wat minder niveau, maar met Chicken Skin Music breidt Cooder met assistentie van accordeonist Flaco Jimenez en gitarist Gabby Pahinui zijn terrein verder uit naar respectievelijk musica norteña en Hawaiiaanse muziek. Op Jazz dienen orkestleider Bix Beiderbecke en meestergitarist Joseph Spence als inspiratie, terwijl Bop Till You Drop een uitgesproken rhythm & blues-album is met versies van Arthur Alexander's Go Home Girl en Elvis Presley's Little Sister. The Long Riders is de soundtrack van de gelijknamige film over de beruchte Jesse James/Cole Younger-gang, waarbij Cooder samen met gitarist David Lindley traditionele volksmuziek uit de jaren zeventig van de negentiende eeuw tamelijk authentiek uitvoert. De uitstapjes richting reggae en funk op Border Line, waarop John Hiatt meedoet, worden niet door iedereen even enthousiast ontvangen, maar The Slide Area haalt weer een algemeen erkend hoog niveau. The Border bevat o.a. door Hiatt en Freddy Fender uitgevoerde liedjes voor een film die zich afspeelt aan de grens van de Verenigde Staten en Mexico. Vermeldenswaard is Cooders medewerking aan Money And Cigarettes uit '83, een van de betere platen van Eric Clapton. Als maker van sfeervolle soundtracks krijgt Cooder in '85 eindelijk eer met Paris, Texas, voor een film van Wim Wenders die op het jaarlijkse festival van Cannes wordt onderscheiden met de Gouden Palm en bijgevolg in Europa volle zalen trekt. Cooder heeft dan inmiddels erkend dat voor hem het schrijven en spelen van filmmuziek lucratiever is dan het maken van reguliere platen. Ronduit schitterend is Crossroads, een onvervalste bluesplaat, waarvoor Cooder samenwerkt met veelal obscure zwarte muzikanten en zangers. De muziek varieert van gospel via country-blues tot rhythm & blues en klinkt door de workshop-achtige opzet al even afwisselend. Aangemoedigd door het succes van Los Lobos besluit hij in '87 onverwacht de draad van zijn solocarrière weer op te pakken. Hij formeert the Moula-Banda Rhythm Aces, een negental muzikanten en zangers met wie hij in de loop der jaren diverse malen eerder samenwerkt, onder wie accordeonist Flaco Jimenez, toetsenist Van Dyke Parks en vocalisten Terry Evans en Bobby King. Na enkele gelegenheidsoptredens in Californië duikt het gezelschap de studio in om Get Rhythm vrijwel live op te nemen. Het ronduit opzwepende samenspel en in het bijzonder de vlijmscherpe elektrische slidegitaarpartijen van Cooder zelf geven het geheel, variërend van calypso en musica norteña tot en met gospel vermengde rhythm & blues een zekere onweerstaanbaarheid mee. Datzelfde jaar begeleidt hij John Hiatt op diens meesterwerk Bring The Family, samen met zijn vaste drummer Jim Keltner en bassist Nick Lowe, welk viertal in '93 onder de naam Little Village een eigen leven gaat leiden. Zijn reputatie als etnograaf bevestigt Cooder weer eens met Geronimo: An American Legend, de muziek voor een biografische film over het legendarische opperhoofd Geronimo, waarvoor hij naast George Clinton en Van Dyke Parks ook een groep 'keelzangers' uit het Russische Tuva inschakelt, wier vocale stijl exact overstemt met die van eertijds de rituele gezangen van de Amerikaanse Indianen. Samen met de uit India afkomstige slidegitarist Vishwa Mohan Bhatt en twee percussionisten, onder wie zijn zoon Joachim, neemt hij het sfeervolle A Meeting By The River op, dat opnieuw aantoont hoezeer hij openstaat voor alle vormen van akoestische wereldmuziek. Nog spraakmakender en bovendien commercieel verrassend succesvol is zijn samenwerking met Ali Farka Touré, de John Lee Hooker van Mali. Tot veler verrassing gaat Cooder samen met zoon, David Lindley en diens dochter in de lente van '95 op tournee door Europa, waarbij hij Nederland aandoet voor een tweetal uitverkochte 'kamerconcerten'. Zo'n twee jaar later volgt het, naar eigen zeggen, absolute hoogtepunt van zijn carrière, een in Havanna opgenomen plaat met een gelegenheidsgroep, bestaande uit bejaarde Cubaanse muzikanten. Dat wakkert wereldwijd de interesse voor Cubaanse muziek aan. Cooder raakt betrokken bij allerlei zijprojecten van 'de club', waaronder een soloplaat van zanger Ibrahim Farrer, en de film die Wim Wenders hierover maakt. Samen met Cubaanse stergitarist Manuel Galbán verdiept Cooder zich in '02 nog verder in de Cubaanse traditie met Mambo Sinuendo, een plaat waarop exotische dansmuziek, zoals die in de jaren vijftig in uitgaansgelegenheden door orkesten gespeeld werd, modern geinterpreteerd wordt. Vervolgens stort hij zich op het werk aan Chavez Ravine, een conceptalbum over de gelijknamige oude Latino-wijk in Los Angeles, bijgenaamd The Poor Man's Shangri-La, die in de jaren '50 tegen de grond moet om plaats te maken voor sociale woningbouw, maar waar uiteindelijk het stadion van de Yankee Dodgers verrijst. Cooder reconstrueert die geschiedenis op historisch verantwoorde wijze in eigen verhalende nummers gecombineerd met overgeleverde liedjes in het Spaans en het Engels. Daarbij spoort hij nog in leven zijnde zangers op als Lalo Guerrero, Ersi Arvizu en Little Willie G., terwijl alle muziekstijlen die destijds in de wijk klonken binnen het sfeerrijke geheel aan bod komen. Hoewel minder meeslepend dan zijn vroegere meesterwerken, mag Chavez Ravine nochtans gelden als een magnus opus. Why Don'T You Try Me Tonight en River Rescue/The Very Best Of zijn verantwoorde compilaties van Ry Cooder's reguliere platen. Het dubbelalbum Music By Ry Cooder geeft een representatief overzicht van zijn veelzijdigheid als baanbrekend filmmuzikant.

Bron: OOR Popencyclopedie

Terug naar het overzicht

Liefhebbers van deze artiest bestelden ook:

Weet wat je bestelt dankzij onze filmtrailers

Weet wat je bestelt
dankzij onze filmtrailers!

Ook daarom koop je bij bol.com

Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina