Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
Een rond David Coverdale opgebouwd collectief, dat
uitgroeit tot een van de succesvolste hardrockgroepen aller tijden. Rond '77 stort ex Deep Purple-
zanger Coverdale zich op een solocarriè re, hetgeen leidt tot een samen met gitarist Mick Moody
(o.a. ex-Tramline en ex-Juicy Lucy) plus gastmuzikanten gemaakt debuutalbum, Whitesnake. De
plaat is heel aardig en Coverdale besluit samen met Moody een groep te formeren. Via diverse
line-ups, met als constanten gitarist Bernie Marsden (o.a. ex-Babe Ruth en ex-Wild Turkey), bassist
Neil Murray (ex-Colosseum, ex-National Health) en drummer David Dowle (ex-Brian Auger, ex-
Streetwalkers), begint Whitesnake met redelijk succes aan de weg te timmeren en in '78 voegt
zelfs ex Deep Purple-toetsenman Jon Lord zich bij de groep, in '79 gevolgd door, ook al ex-Deep
Purple, drummer Ian Paice. Whitesnake heeft daarmee veel weg van een Deep Purple-reü nie,
maar de groep kan qua succes niet in de schaduw staan van Ritchie Blackmores Rainbow. Een en
ander is voornamelijk toe te schrijven aan de tegenvallende studio-albums, want ondanks de
ongepaste sterrenhouding waaraan de groep zich op de podia nogal eens te buiten wil gaan, is de
belangstelling voor haar concerten groot. Het uitstekende Live... In The Heart Of The City geeft een
aardige indicatie van het waarom. De hoeveelheid ego's breekt de groep begin '82 op, wat haar er
niet van weerhoudt met Saints & Sinners haar beste studioplaat af te leveren, waarop
invloeden van Deep Purple en Bad Company worden versmolten tot een met een stevige dosis
melodie overgoten eigen geluid. In een voor de helft gereviseerde samenstelling (Mel Galley op
gitaar, Colin Hodgkinson op bas en Cozy Powell op drums), brengt Whitesnake herfst '83 Slide It In
uit, haar debuut voor het Amerikaanse Geffen-label, dat zich zowaar mag verheugen in een
redelijke belangstelling van het Amerikaanse publiek. De indrukwekkende geluidswatervallen die
de nieuw aangetrokken gitarist John Sykes (ex-Tygers Of Pan Tang, ex-Thin Lizzy) live toevoegt zijn
hieraan mede debet. Maar in de loop der maanden vertrekken achtereenvolgens Hodgkinson,
Lord en Powell (naar respectievelijk Gary Moore, Black Sabbath en Brian May) omdat ze naar eigen
zeggen 'geen gaatje meer overhouden om te kunnen vullen'. Hun plaatsen worden ingenomen
door verloren zoon Neil Murray en de van o.a. Journey en Jefferson Starship bekende drummer
Aynsley Dunbar. In deze samenstelling wordt 1987 opgenomen, het beste album van Whitesnake
tot dan toe. Met even spectaculair drum- als gitaarwerk weet 1987 tot de top van de Amerikaanse
hitlijsten door te dringen. Maar wanneer het door stemproblemen van David Coverdale
onduidelijk wordt of de groep zal blijven voortbestaan, slaat ook hier de verdeeldheid toe, zodat
Coverdale anno '87 voor de zoveelste keer in zijn carriè re met andere mensen op de planken
staat dan met wie hij in de studio aan het werk is geweest. Het doet het Nederlandse chauvinisme
goed, wanneer voor het gitaarwerk o.a. Adje van den Berg van Vandenberg uitverkoren blijkt te
zijn. Ad is er op tijd bij om het grote succes van 1987 mee te maken, dat eind '87 zelfs resulteert in
een Nederlandse Top 10-notering voor het opnieuw opgenomen Here I Go Again, dat al op het in
'82 uitgebrachte Saints & Sinners terug te vinden is. Wanneer eind '88 tweede gitarist
Vivian Campbell is gedumpt mag Van den Berg zijn talenten in volle glorie op Whitesnake-schijf
proberen te vereeuwigen. Een poging zijn spieren vast wat los te maken resulteert evenwel in het
tegenovergestelde, waardoor de ongelukkige Twent bijna een half jaar amper gitaar kan spelen. In
overleg wordt daarom besloten stergitarist Steve Vai de partijen in te laten spelen en Adje
zodoende de rust te gunnen die hij nodig heeft om in het najaar van '89 samen met Vai de plaat
live waar te kunnen maken. Door Vais volle, flitsende gitaarpartijen wijkt Slip Of The Tongue nogal
af van het voorgaande werk dat we van zowel Whitesnake als Vandenberg gewend zijn, en de
plaat verkoopt ondanks de aanwezigheid van enkele topsongs maar matig. Dit in combinatie met
een nieuwe echtscheidingsprocedure (van de dame die in de videoclips voor 1987 een
doorslaggevende rol op zich neemt) doet Coverdale ertoe besluiten om de band even op een
zijspoor te zetten en een plaat op te nemen met de voormalige Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page.
Na een mislukt samenwerkingverband met ex Bad English-vocalist John Waite maakt Adje van den
Berg van de gelegenheid gebruik een nieuwe band op te richten met het laatste Whitesnake-
ritmetandem Rudy Sarzo/Tommy Aldridge en Coverdale-soundalike James Christian (House Of
Lords), welke laatste al snel weer wordt vervangen door de van Little Caesar afkomstige,
wandelende tattooshop Ron Young. Het resultaat wordt uitgebracht onder de bandnaam Manic
Eden en klinkt nogal monotoon. Als Adje in de zomer van '94 na een Whitesnake-festivaltournee
ter promotie van de compilatie Whitesnake'S Greatest Hits - de band bestaat dan naast Coverdale,
Van den Berg en Sarzo uit drummer Denny Carmassi en de van Ratt afkomstige gitarist Warren De
Martini - door Coverdale gevraagd wordt of hij mee wil doen aan een nieuwe Whitesnake-CD,
hoeft onze Vliegende Hollander dan ook niet lang na te denken en keert hij zijn eigen band de rug
weer toe. Wel neemt hij bassist Guy Pratt mee, die samen met drummer Denny Carmassi,
toetsenist Brett Tuggle en natuurlijk mister Coverdale zelf verantwoordelijk zijn voor de laatste
Whitesnake-plaat ooit, Restless Heart. De band kiest hierop ditmaal bewust niet voor de
commercie, maar geeft de muziek prioriteit: ingetogen, sfeervol en gevarieerd. Restless Heart gaat
dan ook als het meest soulvolle en bluesy Whitesnake-album de geschiedenis in.
Bron:
OOR Popencyclopedie
Het grootste assortiment dvd's
van Nederland!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina