Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
Amerikaanse gitaarband uit York (Pennsylvania), die zeer
succesvol balanceert tussen drama en pathos. De groep wordt eind jaren tachtig opgericht als First
Aid door schoolvrienden Taylor, Dahlheimer en Gracey. Zanger Kowalczyck completeert het geheel
en via een kortstondig bestaan als Pailsey Blues komt men uit op de bandnaam Public Affection,
onder welke vlag in '89 The Death Of A Dictionary uitgebracht wordt. Het album sterft in stilte,
waarna de band twee jaar later - er is intussen een contract bij Radioactive Records - besluit de
naam te veranderen in Live. Onder leiding van Jerry Harrison (Talking Heads) wordt Mental Jewelry
opgenomen; een aardig funkrockalbum, dat echter nauwelijks meer dan de kwalificatie
'veelbelovend' verdient. Het vrijwel live opgenomen en aanmerkelijk spontaner en ruwer
klinkende Throwing Copper laat echter een opmerkelijke groei horen. De funk is ingeruild voor een
meer grungy aanpak. Regelmatige vergelijkingen met R.E.M. en Pearl Jam staan een verkoop van
twaalf miljoen exemplaren allerminst in de weg. Op Pinkpop '95 is Live de grote verrassing: Ed
Kowalczyk blijkt een charismatische podiumpersoonlijkheid en de rest van de band blijkt
uitstekend in staat het geluid van Throwing Copper 'live' waar te maken. De zang van Kowalczyck -
op Throwing Copper al een sterke troef - is op Secret Samadhi zo mogelijk nog hartstochtelijker.
Op dit fraai en donker klinkende album bouwt Live haar stijl verder uit: bezwerende, soms wat
plechtstatige gitaarrock, waarin het grote gebaar niet geschuwd wordt. April '97 doet Live een
overtuigend optreden in Paradiso, waarvoor de kaarten in luttele minuten wegvliegen. De
pechvogels kunnen de band een maand later bewonderen op Pinkpop, waar de band andermaal
geprogrammeerd staat. In de jaren die volgen trekt Live diverse malen de wereld rond, waardoor
er pas medio '99 tijd is om na te denken over een opvolger van Secret Samadhi. Het fanatieke
toeren, dat het kwartet juni '99 wederom in een vliegensvlug uitverkocht Paradiso brengt, blijkt
echter zijn vruchten af te werpen: voorafgegaan door Top 10-hit The Dolphin's Cry, groeit het
oktober '99 verschijnende The Distance To Here uit tot het succesvolste album uit de Live-
catalogus. Het is een plaat die klinkt als een klok, barst van het zelfvertrouwen, en ondertussen
een band laat horen die haar eigen geluid tot in de kleinste puntjes heeft uitgekristalliseerd. In de
zoektocht naar het Grote Gebaar (de route leidt ditmaal via India), lijkt men temidden van alle
pathos, spiritualiteit en dramatiek echter één ingrediënt over het hoofd te hebben gezien: de op
Throwing Copper nog zo alomtegenwoordige bezieling. Het mag niet deren: het Grote Gebaar
wordt gretig geaccepteerd, en ook in Europa - de Lage Landen voorop - behoort Live vanaf The
Distance To Here definitief tot de groten. Eind '99 onderneemt de band voor het eerst in haar
bestaan dan ook een Europese arenatournee. Met groot succes: voor het optreden in de Haagse
Statenhal vliegen de kaartjes zó snel de deur uit, dat er al snel een tweede (wederom uitverkocht)
concert moet worden toegevoegd. Ook in België overstijgt de vraag ruimschoots het aanbod: de
band komt dan ook niet in de aangekondigde Deinzese Brielpoort te staan, maar in de stukken
grotere Flanders Expo in Gent. Het grote oogsten is begonnen; te beginnen in Nederland, waar de
groep april '00 een van de voornaamste attracties vormt tijdens de Tmf Awards. De band sleept er
twee prijzen in de wacht: 'Beste Buitenlandse Rockband' en 'Beste Buitenlandse Clip' (voor The
Dolphin's Cry), en krijgt tijdens I Alone gezelschap van Anouk, die het nummer ook op haar eigen
repertoire heeft staan. Een nieuwe onderscheiding laat niet lang op zich wachten: diezelfde maand
nog mag Live een Edison in ontvangst nemen, als maker van het 'Beste Buitenlandse Album'.
Twee maanden later, de Nederlandse verkoop van The Distance To Here loopt dan al richting de
200.000 exemplaren, speelt de band voor de derde keer - ditmaal als hoofdact - op Pinkpop. Het
wordt, ondanks de tenenkrommende cover van John Lennons Imagine, een bij voorbaat
gewonnen wedstrijd. Voor de optredens op Rock Werchter (doordat Pearl Jam zich wegens het
Roskilde-drama - zie Pearl Jam - op het laatste moment terugtrekt, mogen Kowalczyk en co. ineens
zelfs twee avonden opdraven) geldt enkele weken later precies hetzelfde. Het enorme Europese
succes heeft voor de band ook een schaduwzijde: in Amerika doet The Distance To Here het met
'slechts' één miljoen verkochte exemplaren stukken minder. Desondanks trekt de band zomer
'00 de Amerikaanse stadions in, voor een gezamenlijke tournee met de Counting Crows en
voorprogramma Bettie Serveert. Na ruim 200 optredens in anderhalf jaar tijd is het eind '00 tijd
geworden de batterijen nog eens stevig op te laden, alvorens te beginnen met de
voorbereidingen van V. In afwachting van dit simpel getitelde album verschijnt nog het nummer
Forever May Not Be Long Enough op de soundtrack van The Mummy Returns. Kowalczyk vervult
intussen een opvallende gastrol op de Tricky-single Evolution, Revolution, Love. Op Simple Creed,
de eerste single van V, verleent de kleine man uit Bristol hem een wederdienst. Vlak voordat
Live's ietwat geforceerd aandoende vijfde album (waarop de band - met wisselend succes - loops,
samples, toetsen en zelfs rap in haar stadionrock probeert te incarneren) daadwerkelijk het
daglicht ziet, valt de band eind augustus '01 nog als surprise act te bewonderen op zowel Lowlands
als Pukkelpop. De verrassingsoptredens, die inhoudelijk moeilijk verrassend te noemen zijn,
bezegelen nog eens de speciale band die Live met de Lage Landen heeft. Een relatie die begin
oktober nog maar eens wordt verstevigd, wanneer de band opnieuw terug is op Benelux-bodem:
nu voor een uitverkochte concertreeks in de Rotterdamse Ahoy' (drie avonden) en het
Antwerpse Sportpaleis (eenmaal). In diezelfde week verschijnt op veler verzoek ook het nummer
Overcome op single, een nummer dat na de terroristische aanslagen van 11 september '01 een
nieuw leven is gaan leiden: De single verschijnt op 11 oktober, precies een maand na de ramp; de
opbengst ervan gaat de nabestaanden. Vergezeld door twee verschillende videoclips, beide
nadrukkelijk opgesmukt met beelden van 11/09, groeit de protserige aanstekerballade uit tot de
grootste hit uit de Live-geschiedenis. Begin '02 besluit de band, ingegeven door de geboorte van
Kowalczyks dochtertje Ana Sophie, een poosje gas terug te nemen. Wél staat men in mei,
voorafgegaan door twee uitverkochte concerten in de Heineken Music Hall, voor de vierde maal
met groot succes op Pinkpop. Kan de status van de band in de Lage Landen rond die tijd gerust
'immens' genoemd worden, in thuisland Amerika is daarvan - ondanks het hele Overcome-
verhaal - bij lange na geen sprake meer: V is daar slechts goed voor 350.000 verkochte exemplaren,
ongeveer hetzelfde aantal als Mental Jewelry ooit wist weg te zetten. Het is een constatering die
er mede voor zorgt dat de band voor de opnames van Birds Of Pray nog eens sterk bij zichzelf te
rade gaat. In navolging van grote voorbeelden U2 en R.E.M. grijpt ook Live voor Birds Of Pray dan
ook terug naar haar roots; geformeerd rondom een groots, opzwepend gitaargeluid à la Throwing
Copper, is Birds Of Pray met gemak de hardst rockende Live-plaat sinds datzelfde Throwing Copper
te noemen. Een plaat waarop zelfs het voor Live zo kenmerkende grote gebaar grotendeels wordt
thuisgelaten: Kowalczyk lijkt zijn spiritualiteit anno '03 niet langer meer in dweperige retoriek te
vinden, maar gewoon in huiselijke kring; zijn pasgeboren dochtertje in het bijzonder. Van de
jonge-honden-geldingsdrang die Throwing Copper zo kenmerkte, valt op Birds Of Pray echter
nauwelijks meer iets te ontwaren: de dertigers serveren hun potje tegenwoordig liever op
dichtgesmeerd FM-formaat. Dat de band na de release van Birds Of Pray grotendeels het
voorprogramma van de Europese Bon Jovi-tournee verzorgt, is dan ook weinig verwonderlijk. In
Nederland en België vormt de band ook op eigen kracht nog altijd een publiekstrekker eerste klas:
zo staat de band eind mei in een volgepakt Vorst Nationaal in Brussel en geeft ze 1 juli '03,
vergezeld door Coldplay, zelfs haar grootste eigen Nederlandse show ooit: in het Nijmeegse
Goffertpark. Eind augustus staat de band voor de derde keer in haar bestaan op Lowlands, ditmaal
als absolute headliner. Grote hits levert Birds Of Pray echter niet op: zowel Heaven als Run Away
blijven steken in de onderste regionen van de hitparade. Besloten wordt daarop de laatste voor de
Amerikaanse markt een speciaal jasje aan te meten. Het duet met countryzangeres Shelby Lynne
dat dit oplevert, belandt eind '04 ook op Awake- The Best Of, een verzamelaar die de hits uit de
Live-catalogus keurig op een rijtje heeft staan. Opvallende verschijningen op die compilatie
vormen de Johnny Cash-cover I Walk The Line, en de single We Deal In Dreams, een outtake van
Throwing Copper. Ter ondersteuning van Awake- The Best Of staat de band december '04
wederom twee avonden in Ahoy'
Bron: OOR Popencyclopedie
Reserveer nu en ontvang
de nieuwste titels als eerste in huis!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina