Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
Gangsta-rapper uit Brooklyn die vooral na zijn dood indruk
maakt met realistische teksten over zijn criminele verleden. De jonge jaren van Biggie Smalls zijn
typerend voor een getto-kid. Op zijn zeventiende wordt hij gearresteerd wegens wapenbezit en
veroordeeld tot een proeftijd van vijf jaar. Nog datzelfde jaar wordt hij wederom opgepakt, nu
voor de verkoop van crack. Hij brengt negen maanden in de cel door, voor hij op borgtocht wordt
vrijgelaten. Zijn raptalent is dan al opgevallen en in begin '92 wordt hij door Sean 'Puff Daddy/P.
Diddy' Combs van de straat geplukt en gecontracteerd voor Uptown Records. In de zomer van dat
jaar maakt de voormalige drugsdealer zijn plaatdebuut op de remix van Mary J. Blige's Real Love.
In de herfst is hij te horen op het nummer A Buncha Niggas van Heavy D's album Blue Funk. Een
jaar later neemt Biggie zijn eerste solo-track op: Party-N-Bullshit voor de filmsoundtrack van Who's
The Man. Vervolgens doet hij weer wat remixen, zoals die van Supercat's Dolly My Baby, Mary J.
Blige's What's The 411 en Craig Mack's Flava in Ya Ear. Ook neemt hij met Da Brat het duet Da B-
Side op voor de soundtrack van Bad Boys. In september '94 werkt hij samen met 2Pac, Grand Puba
en Heavy D aan de titeltrack Let's Get It On van het album van Eddie F & The
Untouchables. Na al die projecten, zijn de verwachtingen voor Ready To Die hoog opgelopen. Het
debuutalbum wordt juichend ontvangen en behaalt al snel multi-platina, wat in die tijd
ongebruikelijk is voor een Oostkust-rapplaat. Het album levert drie grote hits op: Big Poppa, One
More Chance en Juicy. Hij ontvangt er awards voor van muziekbladen als The Source en Billboard.
Ondanks de oplopende spanningen tussen Biggie's Bad Boy-kamp en het in Los Angeles
gevestigde Death Row Records neemt de rapper begin '95 met zijn Westkust-maatje 2Pac het
nummer Runnin' op, dat verschijnt op de compilatie One Million Strong. Ook begint The Notorious
B.I.G. het label Undeas Recording, waarvoor hij zijn jeugdvrienden van Junior M.A.F.I.A.
contracteert. In juni wordt de rapper gearresteerd op verdenking van een overval en
mishandeling. Een woordenwisseling tussen de leden van Bad Boy en Death Row loopt begin '96
uit de hand tijdens de Soul Train Music Awards, waarbij de politie het VIP-gebied moet afzetten.
Niet veel later wordt Biggie gearresteerd wegens het inslaan van een taxiraam en het met een
honkbalknuppel achtervolgen van twee handtekening-jagers. Hij wordt veroordeeld tot honderd
uur dienstverlening. Veel leert hij er niet van, want samen met zeven leden van Junior M.A.F.I.A.
wordt hij in juli alweer aangehouden wegens wapen- en drugsbezit. Er ontstaat tevens een
schandaal rond Biggie's vermeende affaire met Lil' Kim (van Junior M.A.F.I.A.), op wiens solo-
album Hard Core hij twee nummers meerapt. Eind februari '97 zegt de rapper in het programma
Rap City van het Amerikaanse tv-station Bet dat hij niet langer het imago wil uitdragen van een
drugsdealer/gangster, omdat hij dat leven niet meer leidt. Hij vindt zichzelf de aangewezen
persoon om een einde te maken aan de wrijving tussen de Oost- en Westkust-rappers. Daar komt
hij echter niet meer aan toe. Na het bezoeken van een feest in Los Angeles op 9 maart '97, wordt
hij, zittend in zijn auto, zeven keer beschoten. Hij sterft kort daarna in het ziekenhuis, op 24-jarige
leeftijd. Twee weken later verschijnt de reeds lang geplande dubbelaar Life After Death, waarvan
de titel dan zeer navrant aandoet. Zijn weduwe, R&B-zangeres Faith Evans, boekt
vervolgens - samen met Puffy - het grootste succes uit haar carrière met de tribute-single I'll Be
Missing You. In '99 verschijnt het benedenmaatse Born Again, een overduidelijk staaltje van
lijkenpikkerij. De documentaire Biggie & Tupac van Nick Broomfield over de moorden
op Biggie en diens voormalige vriend 2Pac komt in '02 uit. Het biedt enig zicht op het veelal
criminele leven van Biggie Smalls. Op11 maart '05, twee dagen en acht jaar later, sluit de politie van
L.A. het onderzoek naar de moord op Biggie Smalls. Zijn moeder, Voletta Wallace, dient dan een
klacht in tegen de politie. De klacht wordt nog steeds onderzocht.
Bron: OOR
Popencyclopedie
Reserveer nu en ontvang
de nieuwste titels als eerste in huis!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina