Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
In '72 formeert Arno Hintjens met gitarist Paul Decouter
het naar hun beider achternaam vernoemde Tjens-Couter. Het duo speelt r&b die door
Arno's interpretatie van het bezongen leed een komische draai krijgt. Begin '77 voegen Ferre
Baelen en Rudy Cloet zich als de T.C. Band bij het tweetal en met Honey Bee/The Milkcow staat de
groep voor de eerste en laatste maal in de TopPop studio's. Februari '80 verandert Tjens Couter
haar naam officieel in T.C. Matic (naar de Joegoslavische auteur Matic) om de muzikale
verschuiving van r&b naar meer moderne klanken te onderstrepen en de groep wordt
tevens uitgebreid met toetsenman Serge Feys. Juni '80 stapt Decouter op; zijn plaats wordt
ingenomen door Jean-Marie Aerts. Aerts, voorheen in Raymond van het Groenewouds Bien Servi
en voormalig begeleider van Kaz Lux, Johan Verminnen en Plastic Bertrand, groeit al snel uit tot
een van de belangrijkste producers van België. T.C. Matic debuteert met de dubbelsingle Femme
Femme/Modern Noise/Take It Easy/White Rhythm, die later als bonus-12 inch bij T.C. Matic wordt
gevoegd. De tweede single O La La La/Still On The Loose haalt de Belgische Top 10. Met T.C. Matic
levert de groep haar krachtige visitekaartje af: energieke en stompende grotestadsmuziek die
wordt gevoed door de monotone ritmesectie en de vrijgevochten melodiepartijen. Met name
Aerts en Feys betonen zich inventief in het bedenken van harmonische vrijpostigheden, die ook
qua 'sound' haaks op de traditionele opvattingen staan. Hintjens toont zich op de bühne een
intrigerende persoonlijkheid die energiek en vol overgave spiegelgevechten met zichzelf en zijn
microfoonstandaard opvoert. Hij verklaart Europese muziek te willen maken en inderdaad klinken
in T.C. Matic vooral invloeden uit de variété-muziek en het Franse chanson door. Al snel wordt de
groep beschouwd als het beste dat de nieuwe Belgische muziek te bieden heeft en een band die
ook internationaal vooraan kan staan. Met L'Apache, voorafgegaan door de single Willie/I'm Not
Like That, roept de groep een stukje Europese cultuurgeschiedenis in herinnering: de titel
refereert aan de nozems van de jaren dertig en de zazous van de jaren veertig. Inmiddels is de
belangstelling in Nederland en Scandinavië flink toegenomen, al worden Le Java en Middle Class
And Blue Eyes geen hits. Najaar '83 verschijnt Choco, waarop de groep met steun van Cheyenne-
vocaliste Julia Loko terugkeert naar haar r&b-wortels. Ondertussen wordt bassist Ferre
Baelen vervangen door Nederlander Michael Peet (ex-Cheyenne) en heeft de groep het moeilijk
om met nog sterker materiaal voor de dag te komen. Single Ugh Ugh mikt vooral op de
commercialiteit, maar medio '85 is de eindmix klaar van Ye Ye, in een produktie van Howard Jones
Gray - onder meer bekend als klankman van Tom Verlaine, Simple Minds, Scritti Politti. De elpee
(met o.a. het schitterende, op single uitgebrachte Elle Adore Le Noir) blijkt het meest complete
groepsprodukt tot dan toe. Alles lijkt T.C. Matic voor de wind te gaan en als bekend wordt dat de
groep in enkele landen het voorprogramma van Simple Minds mag verzorgen, jubelt België in de
overtuiging dat Europa nu definitief veroverd zal worden. Maar het pakt totaal anders uit. De toer
wordt een tegenvaller en als dan ook een Franse tournee uitdraait op een grote ontgoocheling,
houdt T.C. Matic het in maart '86 voor gezien. Arno gaat solo en vrij vlug na het uiteenvallen van
T.C. Matic verschijnt Arno, een elpee waar Arno al aan gewerkt had tijdens de opnames van Ye Ye.
De plaat gaat helaas mank aan compositorische bloedarmoede, half uitgewerkte ideeën en
dubieuze experimenten. Alleen het dampende Forget The Cold Sweat verdient echt
superlatieven. Buiten zijn solocarrière waagt Arno ook zijn eerste stappen op het filmpad en mag
hij als stadscowboy zichzelf spelen in Skin, een film van Guido Henderickx. Met zijn tweede solo-
elpee veegt Arno gelukkig in één beweging alle twijfels van tafel. De plaat, geproduceerd door
Holger Czukay en volgeschreven samen met Jean-Marie Aerts, laat Arno van zijn beste kant horen
en biedt een mengsel van rhythm & blues, Eurorock en chansons. Ook op het podium
blijkt Arno de kracht van weleer te hebben teruggevonden. Na een uitgebreide reeks concerten in
o.a. België, Nederland, Frankrijk en Duitsland duikt Arno dan in augustus '89 de studio in voor de
opnamen voor zijn derde solo-plaat. Twee van zijn oude TC-makkers, Serge Feys en Ferre Baelen,
worden op dat moment weer op het podium gesignaleerd: de eerste bij de covers spelende LSP-
Band, en de laatste bij het Leuvense elektrogezelschap Aimless Device.
Bron: OOR
Popencyclopedie
Het grootste assortiment muziek
van Nederland!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina