Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
De grootste rock & roll-band ter wereld met
een lange geschiedenis. In het begin van de jaren zestig heerst in Engeland de skiffle-rage, alleen
in obscure clubs leggen excentrieke figuren de bacil van een ziekte die spoedig de hele Britse
muziekwereld in haar greep krijgt. Die clubs zijn de Roundhouse en de Ealing (Blues) Club, de
excentrieke pioniers heten Cyril Davies en Alexis Korner. De ziekte is op blues en r&b
gebaseerde beat en rock & roll. Korner en Davies, de skiffle beu, spelen in de clubs
Amerikaans getinte bluesmuziek, waarvoor Chicago-bluesman Muddy Waters de belangrijkste
inspiratie levert. Korners groep, later Blues Incorporated, is een gezelschap van komende en
gaande jongelingen die niet vies zijn van een rockertje à la Chuck Berry of Bo Diddley. In dit
gezelschap treffen Jagger, Richards, Watts en Brian Jones elkaar. Mick en Keith kennen elkaar van
de lagere school. Samen met hun wederzijdse vriend Dick Taylor (gitaar, drums) en nog twee
anderen vormen zij hun eerste groep. In Korners broeinest treffen ze drummer Charlie Watts, die
in Alexis Korners Blues Incorporated werkt. In de Ealing Club ontmoeten ze gitarist Brian Jones
(geboren Lewis Brian Hopkin-Jones, 28 maart '42), die dan met pianist Ian Stewart samenwerkt en
een eigen groep wil formeren. Jagger, die regelmatig bij Korner zingt, voegt zich bij Jones en
Stewart, gevolgd door Richards en Taylor. De eerste drummer wordt Tony Chapman. Door
toedoen van Korner belandt de groep juni '62 voor haar eerste optreden in de Londense
Marquee-club. Enkele personeelswisselingen volgen: Taylor kiest voor de studie, maar duikt later
weer op in The Pretty Things, na audities wordt bassist Bill Wyman (24 oktober '36) zijn vervanger,
en Watts neemt de plaats in van Chapman. The Rolling Stones zijn dan, eind '62, een feit. De
groepsnaam is ontleend aan het Muddy Waters-nummer Rolling Stone. Waters blijkt in vele
opzichten het lichtend voorbeeld voor de groep. In groepsbezetting, repertoirekeuze, muzikale
aanpak en agressie zijn The Rolling Stones de eerste Engelse band die inhaakt op de Chicago-blues-
beweging. Februari '63 ondertekent de groep een contract dat haar acht maanden werk oplevert
in Giorgio Gomelsky's Crawdaddy Club in Richmond, Surrey. Twee maanden later trekt ze daar de
aandacht van Andrew Loog Oldham. Op aanraden van Oldham verlaat Stewart de groep, omdat hij
niet past in het rebellen-imago dat Oldham voor de groep heeft bedacht. Stewart is later wel vaak
als pianist te horen op platen en tijdens concerten van de Stones. Oldham troont de groep mee
naar Decca's A&R-man Dick Rowe, die het jaar daarvóór nog de vergissing van zijn leven
maakt door The Beatles af te wijzen. Op 7 juni '63 verschijnt op Decca de eerste officiële Rolling
Stones-single Come On/I Want To Be Loved, in november gevolgd door I Wanna Be Your
Man/Stoned. I Wanna Be Your Man zorgt voor de doorbraak; de Lennon/McCartney-compositie
haalt de negende plaats in de Engelse Top 20. Eerder al is de groep op tv te zien in het programma
Thank Your Lucky Stars. Eind september mag zij het voorprogramma verzorgen van de door
Engeland toerende Everly Brothers, Little Richard en de door hen aanbeden Bo Diddley. De eerste
Engelse Stones-tournee volgt in januari '64, ter ondersteuning waarvan een Ep met o.a. Chuck
Berry's Bye Bye Johnny en het Coasters-nummer Poison Ivy. Turbulente tijden vangen aan
wanneer via de media herhaaldelijk de consternatie en opschudding tijdens de Stones-concerten
worden gesignaleerd, en de Diddley-imitatie Not Fade Away bovendien een grote hit wordt. Hun
voor die tijd zeer lange haar - tot net over de oren - geeft aanleiding tot krantenkoppen als 'de
lelijkste en smerigste groep ter wereld' en hun - in de ogen van de gevestigde orde - subversieve
gedrag wordt uitgelegd als anarchistisch en revolutionair. Hoe opruiend de Stones, en hoe snel
opgejut de Stones-fans zijn, ondervindt Nederland in augustus '64. Na Montreux (het Gouden
Roos Festival in april) en de eerste korte Amerikaanse tournee (juni) staat de groep nog geen
kwartier op het podium van het Scheveningse Kurhaus en de oprukkende politie kan al niet meer
verhoeden dat het zaalmeubilair kort en klein wordt geslagen door een uitzinnige schare Stones-
fans. De scheiding der geesten onder de popliefhebbers is daarna duidelijk: Beatles-liefhebbers
zijn relatief netjes en aangepast, Stones-fans agressief, vies en brutaal. Inmiddels is de eerste Lp
van de groep uit The Rolling Stones met naast blues-, r&b- en rock & roll-
covers ook de eerste Jagger/Richards-compositie, Tell Me. Voor de Amerikaanse markt krijgt de
plaat een andere samenstelling dan voor het Engelse afzetgebied, waarmee de tamelijk
ondoorzichtige Stones-discografie is geboren. In juli behaalt de groep de eerste nummer 1-hit in
Engeland met het in juni uitgebrachte It's All Over Now. De opname ervan vindt, net als een deel
van The Rolling Stones Vol. 2, plaats in de beroemde Ter Mar-studio van Chess Records, tot dan het
domein van Stones-voorbeelden als Muddy Waters, Howlin' Wolf, Chuck Berry, Bo Diddley en
Little Walter. Het jaar '64 wordt afgesloten met een tweede Amerikaanse tournee en de in die
periode in de Chess-studio opgenomen hitsingle Little Red Rooster (origineel: Willie Dixon). De
doorbraak op wereldniveau krijgt in '65 gestalte door middel van tournees door Ierland, Australië,
Nieuw-Zeeland, het Verre Oosten en voor de derde maal de Verenigde Staten. Uit alle hoeken van
de wereld blijven de berichten over rellen en politiecharges tijdens Stones-concerten en de
reactie van het establishment dat er schande van spreekt, binnenstromen. In januari '65 verschijnt
The Rolling Stones Vol. 2, dat weer talloze r&b-klassiekers bevat, alle verpakt in het
typische, rauwe en harde Stones-geluid. In juni worden opnamen gemaakt voor de eerste live-EP.
Hetzelfde jaar wordt manager Oldham naar de achtergrond geschoven door de komst van de
Amerikaanse accountant Allen Klein. De grootste hits scoort de groep dat jaar met de singles The
Last Time en (I Can't Get No) Satisfaction. De discografen zitten inmiddels met de handen in het
haar door de release van twee verschillende LP's (een Amerikaanse en een Engelse) onder
dezelfde titel: Out Of Our Heads. Met het voor het eerst geheel zelfgeschreven Aftermath, een
plaat die bol staat van hooghartige mannelijkheidsbetuigingen, worden dezelfde toeren uitgehaald
als met Out Of Our Heads, hetgeen wederom twee van elkaar verschillende LP's oplevert. Na Get
Off Of My Cloud, dat in '65 een nummer 1-hit wordt, en 19th Nervous Breakdown uit '66, dat
dezelfde weg gaat, is het vooral het keiharde, surrealistische Have You Seen Your Mother Baby,
Standing In The Shadow?, uitgebracht in september, dat de aandacht trekt, mede door de
publikatie van de grensoverschrijdende hoesfoto van de Stones gehuld in vrouwenkleren. Het van
mei daterende Paint It Black, met Brian Jones op sitar, is het eerste signaal van de komende
vrijages met attributen uit het oosterse rariteitenkabinet (drugs, meditatie en de Maharishi;
vergelijk: The Beatles). Op 26 maart ziet Nederland ten tweeden male de Stones; ditmaal kraaien
niet de rockers het oproer in Den Bosch, maar de 'nieuwe generatie' van naoorlogse
ontevredenen, studenten en toekomstige provo's. Eind september ontvangen de vijf Stones
twintig gouden platen. In '67 verschijnen er twee LPs, Between The Buttons in januari en Their
Satanic Majesties Request in december; beide zijn ongelukkig getimede pogingen van de groep
zich los te weken van de rock en r&b. Vooral het daardoor sowieso al zwaar
onderschatte Their Satanic Majesties Request wordt geheel overschaduwd door het enorme
succes van de Beatles-LP Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Maar de publiciteit rond de
Stones blijft sterk in beweging door drugsschandalen, rechtszaken daarover, de eerste tournee
door Oosteuropese landen met een grote rel in Warschau (traangas), deining tijdens optredens in
Parijs en Wenen, en het bezoek van Jagger, samen met Marianne Faithfull en The Beatles, aan de
Maharishi. Flower power is de mode en de rock is ver te zoeken. In '68 neemt de groep, samen
met producer Jimmy Miller, op indrukwekkende wijze revanche door middel van het definitieve
Stones-album Beggars Banquet. Na de vertrouwenwekkende single Jumpin' Jack Flash maakt de
groep met deze plaat duidelijk nog steeds tot de beste r&r-groepen ter wereld te
behoren. De plaat markeert echter tevens het begin van kommervolle tijden voor de groep. De
langdurige ruzie die met Decca ontstaat over de zogenaamd 'provocerende' hoes van Beggars
Banquet, kost het platenlabel uiteindelijk het contract met de groep en de groep de gewenste
hoes. Vervolgens verlaat Brian Jones, die het niet meer met de anderen eens is over de te volgen
muzikale koers, op 8 juni '69 de Stones. Zijn plannen om met Alexis Korner een nieuwe band te
beginnen, worden in de kiem gesmoord als hij op 3 juli bewusteloos in zijn zwembad wordt
gevonden; enkele uren later overlijdt hij. Over de doodsoorzaak ontstaan wilde speculaties. Nog
voor Jones' dood wordt bekend dat zijn opvolger Mick Taylor heet (geboren 17 januari '48),
afkomstig uit John Mayall's Bluesbreakers. Taylor maakt op 5 juli zijn debuut tijdens het aan Brian
Jones opgedragen gratis concert in Hyde Park, waar 250.000 mensen pogen de Stones te zien. Van
oktober tot december toeren de Stones, voor het eerst in drie jaar, door de Verenigde Staten. De
tournee wordt afgesloten met een gratis concert op de racebaan van Altamont, waar voor de ogen
van de rondspringende Jagger een jonge zwarte (de 18-jarige Meredith Hunter) wordt
doodgestoken door een lid van de Hell's Angels, die door de Stones zijn aangetrokken als
ordedienst. De schokkende, bij toeval op film vastgelegde beelden ervan worden verwerkt in de
live-documentaire Gimmie Shelter. Als enige single verschijnt in '69 het decadente Honky Tonk
Women. Voor Decca wordt in München de laatste studio-LP opgenomen, Let It Bleed, die in
december wordt uitgebracht en opnieuw van hoge kwaliteit is. Om de witte-platenhandel tegen te
gaan en om aan de laatste eisen van het aflopende Decca-contract te voldoen, verschijnt in '70 de
opwindende live-LP ‘‘Get Yer Ya-Ya'S Out!'', waarvan de opnamen stammen van concerten uit
'69 in de New-Yorkse Madison Square Garden. '70 is verder een rustig Stones-jaar, afgezien van
de premières van de films Gimmie Shelter, Ned Kelly en Performance. De laatste twee zijn
speelfilms met Jagger in respectievelijk een hoofd- en bijrol. Zijn van de soundtrack van
Performance afkomstige Memo From Turner wordt een solohit. In '71 wordt Rolling Stones
Records opgericht en daarmee het beroemde, door Andy Warhol ontworpen tong-logo
geïntroduceerd. De eerste single op het label is Brown Sugar, dat een nummer 1-hit wordt en ook
te vinden is op het uitstekende Sticky Fingers, waarvoor Andy Warhol de gulp-met-rits-hoes
ontwerpt. Muzikale assistentie verlenen onder anderen Ry Cooder (gitaar), Billy Preston (orgel),
Jim Price (trompet), Nicky Hopkins (piano), Jack Nitzsche (piano) en Paul Buckmaster (violen). Na
het niets voorstellende Jamming With Edward verschijnt in '72 op Rolling Stones Records het
dubbelalbum ‘‘Exile On Main St.'', dat aanvankelijk met gematigd enthousiasme ontvangen
wordt, toch nummer-1 wordt en in de herwaardering een voor de rockmuziek essentieel album
blijkt. Samen met Stevie Wonder wordt een gigantische tournee door de Verenigde Staten
ondernomen, met als hoogtepunt een concert in het Robert Kennedy Memorial Stadium voor
48.000 bezoekers. Allen Klein wordt dat jaar door de groep de deur gewezen. In november en
december wordt op Jamaica gewerkt aan Goat'S Head Soup, dat augustus '73 verschijnt. De
daarvan afkomstige hitballad Angie wordt dat jaar vertolkt tijdens groots opgezette tournees door
Nieuw-Zeeland, Australië en Europa. Het parodiëren van de nichtenrock, waartoe op Goat'S Head
Soup een aanzet wordt gegeven, vindt zijn vervolg op It'S Only Rock 'N' Roll, waarop tevens de
eerste reggae-interpretatie voorkomt. December '74 verlaat Mick Taylor de groep. Samen met
Jack Bruce vormt hij een groep, die slechts kort bestaat. Na vele audities wordt Ron Wood,
afkomstig van The Faces, als Taylors vervanger aangewezen. Door het vertrek van Taylor spelen op
Black And Blue, opgenomen in de periode van december '74 tot april '75, afwisselend de gitaristen
Harvey Mandel, Wayne Perkins (beide aanvankelijke gegadigden) en Ron Wood mee. De plaat
wordt pas in april '76 uitgegeven. Hetzelfde jaar vinden tot in de finesses georganiseerde tournees
door de Verenigde Staten en Europa plaats, waarbij 'zesde Stone' Ian Stewart (piano), Billy
Preston (orgel) en Ollie Brown (percussie) tot de vaste begeleiders behoren. Nederland ziet de
Stones tweemaal optreden in het tjokvolle stadion van Fc Den Haag. Diverse concerten tijdens
deze tournee worden op band vastgelegd, hetgeen in september '77 resulteert in de derde
officiële live-LP van de Stones, ditmaal een dubbele: Love You Live. Hetzelfde jaar komen Jagger
en Richards regelmatig in het nieuws wegens echtscheidingen, vrijages met presidentsvrouwen en
- alsof het weer '66 is - arrestaties wegens drugsbezit. Nadat Wea zeven jaar de distributie van het
Rolling Stones Records-label heeft verzorgd, wordt er een distributie-deal gesloten met Emi, welke
Some Girls wegens vertraging om de omstreden hoes later dan gepland uitbrengt. Het blijkt de
beste Stones-LP sinds ‘‘Exile On Main St.''. Al lopen de heren aardig richting veertig, toch telt de
plaat enkele ouderwets smerige rock & roll-nummers. Miss You wordt een gigantische
hit, Respectable (dat is zo'n vuige rocker) haalt een aanzienlijk bescheidener notering. Het is een
bijzonder vruchtbare periode voor de groep, want de sessie levert ook materiaal op voor
Emotional Rescue en Tattoo You. Richards en Wood doen met enkele muzikale kornuiten (onder
wie Ollie Brown en Ian MacLagan) een Amerikaanse toer als de New Barbarians, maar een plaat
onder die groepsnaam wordt wegens contractuele moeilijkheden tegengehouden en verschijnt
als 'soloplaat' van MacLagan. Jagger werpt zich op als beschermheer van Peter Tosh en zingt mee
op diens doorbraakhit Don't Look Back. Charlie Watts speelt in zijn vrije tijd in de
veteranenformatie Rocket 88. Bill Wyman verzorgt de soundtrack van de in de zomer van '81 in
roulatie gaande rolprent Green Ice en scoort in datzelfde jaar een hit met de novelty-song (Si Si) Je
Suis Un Rock Star, die ook zijn derde solo-album Green Ice in het succes meesleept. Emotional
Rescue kan aanzienlijk minder overtuigen dan zijn voorganger. Wel staan er wederom twee hits
op: het jachtige She's So Cold en het titelnummer, dat evenals Miss You van twee jaar daarvoor
onmiskenbare disco-invloeden (hoge falset-stemmen) kent en de plaat toch in gigantische
aantallen over de toonbank helpt. Van trendsetters zijn de Stones langzaam trendvolgers
geworden die zonder zich werkelijk in te hoeven spannen immens populair blijven. In '81
verschijnt Tattoo You, die wordt gekenmerkt door een terugkeer naar het ruige en simpele
r&b-geluid. Met de singles Start Me Up en Waiting On A Friend wordt het succes
geconsolideerd en opnieuw wordt een gigantische wereldtournee ondernomen. De tijdens het
Amerikaanse gedeelte daarvan opgenomen live-LP ‘‘Still Life'' (American Concert 1981), waarvan
de Smokey Robinson-compositie Going To A Go Go een hit wordt, sluit aan bij de optredens van
zomer '82 in het Rotterdamse Feyenoord-stadion. 140.000 toeschouwers zijn er getuige van dat de
groep in een circusachtige entourage drie ouderwets opwindende shows weggeeft. De
filmregistratie Time Is On Our Side trekt naderhand velen naar de bioscoop en staaft de
veronderstelling dat met name Jagger zich steeds meer manifesteert als een uitgekookte
zakenman, die zijn fans de laatste centen uit de portemonnee trekt. Na het teleurstellende Under
Cover, waarbij alleen de videoclip van het titelnummer, die een echte executie toont, enige
commotie teweegbrengt, sluiten de Stones bij Cbs een contract af voor vier albums. Het eerste
resultaat, She'S The Boss, Jaggers solodebuut waarop hij wordt bijgestaan door talloze
prominente muzikanten, bevat gedistingeerde Stones-rock, in tegenstelling tot de swingende
cover van de Martha & The Vandellas-classic Dancing In The Street, gemaakt ten
behoeve van Live-Aid, die hij die zomer in duet met David Bowie tot tophit zingt. Willie And The
Poor Boys is een liefdadigheidsinitiatief van Bill Wyman, waarvan de opbrengst gaat naar het
Ronnie Lane A.R.M.S. Fonds, opgericht door de aan multiple sclerose lijdende ex (Small) Faces-
bassist Ronnie Lane. De gelijknamige gelegenheidsgroep, met naast Wyman ook Charlie Watts, legt
zich toe op r&b uit de jaren veertig en vijftig. Het door Steve Lillywhite geproduceerde
Dirty Work komt moeizaam tot stand en kan ook niet overtuigen. Wel is de single Harlem Shuffle,
een nummer van Bob & Earl uit '63, een grote hit. Niettemin vindt men het wel weer
eens tijd voor een adempauze. Charlie leeft zich uit in een eigen, 33-koppige big (jazz) band: Live
Fulham Town Hall. Wyman produceert de Britse groep Rome en werkt aan een nieuwe solo-LP.
Jagger is dan aan zijn tweede toe, Primitive Cool, die hij grotendeels opneemt in de Hilversumse
Wisseloord-studio's. Ron Wood opent in december '87 zijn eigen rockclub 'Woody's On The
Beach' in Miami met o.a. een optreden van Bo Diddley, met wie hij dan door de Verenigde Staten
toert. Richards produceert Aretha Franklins versie van Jumpin' Jack Flash en begint vervolgens aan
de opnames voor zijn langverwachte soloplaat, het door Steve Jordan geproduceerde Talk Is
Cheap, waarop hij wordt bijgestaan door o.a. Ivan Neville, Mick Taylor, saxofonist Maceo Parker en
zydeco-accordeonist Stanley 'Buckwheat' Dural. De plaat wordt alom lovender onthaald dan
Jaggers krampachtige solopogingen. In januari '89 worden de Stones bijgezet in de Rock
& Roll Hall Of Fame en wordt er alweer druk gewerkt aan de voorbereidingen voor een
Noordamerikaanse tournee ter promotie van Steel Wheels, dat in augustus verschijnt en in de
vorm van Mixed Emotions de zoveelste Stones-hit bevat. Deze Steel Wheels-tournee krijgt voor
de rest van de wereld meteen een nog spectaculairder opgezet vervolg met de Urban Jungle
World Tour. Flashpoint bevat opnamen uit beide monstertoers, waarbij vooral de alleszins
geloofwaardige vertolkingen van hun jaren zestig-hits opvallen. Inmiddels heeft archivaris Bill
Wyman dan zijn tamelijk openhartige en gedetailleerde kijk op de geschiedenis van de Stones in
de jaren zestig uitgebracht (Stone Alone). Na Keith's wat tegenvallende Main Offender en Live At
The Hollywood Palladium, December 15, 1988 slaat Mick Jagger verassend terug met Wandering
Spirit, veruit zijn beste soloplaat. Bill Wyman komt voornamelijk in het nieuws omdat de moeder
van zijn ex-vrouw trouwplannen heeft, met zijn zoon! Wyman geeft tevens, op 6 januari '93 in de
Britse tv-show London Tonight, officieel te kennen dat hij de Stones heeft verlaten. Zijn vervanger
wordt ex-Miles Davis, ex-Sting bassist Darryl Jones, al poseert de groep op foto's als viertal. Het
mede door Don Was geproduceerde en tamelijk elementair klinkende Voodoo Lounge wordt alom
lovend ontvangen. Eind mei '95 staat de groep voor twee (gefilmde) optredens in Paradiso,
waardoor Amsterdam een paar dagen lang bevangen raakt door een ouderwetse Stones-koorts.
De semi-akoestische concerten kenmerken zich door een verassende repertoirekeus. In Paradiso
gemaakte opnamen worden, aangevuld met soortgelijke kleinschalige concerten en repetitie-
opnamen uit de Parijse Olympia, Tokyo en Lissabon, verschijnen op het deels interactieve en
gloedvol klinkende Stripped. Ook tijdens de Voodoo Lounge-tournee, met een geschatte recette
van minstens 300 miljoen gulden de succesvolste uit de popgeschiedenis, wisselt de groep
oudekrakers en minder bekend materiaal af. Het eclatante succes van de toer wordtnog eens
vergroot als de groep 12 miljoen gulden ontvangt van het Amerikaanse software-bedrijf Microsoft
voor het gebruik van Start Me Up in de reclamecampagne voor het besturingsprogramma
Windows 95. September '97 verschijnt Bridges To Babylon, geproduceerd door o.a. Don Was en de
Dust Brothers. De single Anybody Seen My Baby dreigt op het laatste moment te worden
teruggetrokken als blijkt dat het nogal lijkt op Constant Craving van k.d. lang. De situatie wordt
gered door haar en haar compagnon Ben Mink te vermelden als co-componisten. De zangeres
verklaart in interviews 'zeer gevleid' te zijn. Op 23 september start in Chicago een nieuwe
wereldtournee die zal voeren naar de Verenigde Staten, Zuid-Amerika, Zuid-Oost Azië. Tijdens de
toer doet de groep niet alleen grote stadions aan maar ook kleinere clubs, om - zoals Richards
beweert -te voorkomen dat de optredens een sleur worden. Tegelijkertijd verklaren de vijftig-
plussers voorlopig nog niet met pensioen te willen. Rustig de tuin wieden blijkt ook Bill Wyman
slecht te bevallen; met enige beroemde vrienden, onder wie Gary Brooker (Procol Harum) en
Georgie Fame, formeert hij The Rhythm Kings, waarmee hij op Struttin' Our Stuff, Anyway The
Wind Blows, Groovin' en Double Bill zijn r&b-roots uitleeft. A Bigger Bang bevat niet
eerder uitgebracht materiaal uit de jaren zestig. Made In The Shade is een cassette met vijf LPs die
de gehele Decca-periode bestrijken. The Singles Collection, The London Years is een driedubbele
cd-box, die alle Decca-singles plus b-kantjes bevat. In het kader van de Bridges To Babylon-tournee
geven de Stones in '98 maar liefst zes concerten in ons land: vijf in de Amsterdam Arena (juni) en
één op het Malieveld in Den Haag (september). Met een totaal aantal bezoekers van 347.277 zijn
het de best bezochte popconcerten van dat jaar. Het live-album No Security bevat ook opnamen
van de Nederlandse concerten. In '99 gaat de groep opnieuw op tournee. In juni staat de band in
het Stadspark in Groningen en op het Pinkpop-terrein in Landgraaf. Uit het feit dat het laatste
concert niet is uitverkocht kan worden opgemaakt dat zelfs de Nederlandse markt te verzadigen
valt met Stones-concerten. Mick Jagger komt in het nieuws door zijn echtscheiding van Jerry Hall.
Zijn vierde soloplaat Goddess In The Doorway wordt zeer gemengd ontvangen en verkoopt
bovendien opvallend slecht. Op de dubbel-CD Forty Licks staan de hits van '64 tot en met '02.
Evenals deze geremasterde compilatie worden al hun oorspronkelijke langspelers uit dezelfde
periode heruitgebracht op het Sacd formaat (Super Audio Compact Disc). Hetgeen wederom de
aanleiding vormt voor een grootscheepse tournee, waaronder zes uitverkochte Nederlandse
concerten in augustus '03, waarvan één wordt afgelast. In '05 wordt wederom een wereldtournee
aangekondigd ter ondersteuning van het goed verkopende A Bigger Bang, waarbij Nederland niet
overgeslagen wordt.
Bron: OOR Popencyclopedie
Reserveer nu en ontvang
de nieuwste titels als eerste in huis!
Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina