De geschiedschrijving van de negentiende-eeuwse architectuur is tot op heden grotendeels gebaseerd op de beelden en opvattingen die rond 1900 werden gevormd. Berlage en zijn tijdgenoten speelden voor die beeldvorming een belangrijke rol. In een tijdsgeest van vernieuwing en moderniteit bedienden zij zich van een retoriek waarin de negentiende eeuw werd gebruikt als een verleden waar een zeer dikke streep onder gezet moest worden. De negentiende eeuw werd alom gezien als een tijd van verval, onmacht en geestloosheid. Met de ambitie om een nieuwe, meer genuanceerde geschiedschrijving van de negentiende eeuw te produceren initieerde professor Auke van der Woud het onderzoeksproject Architectuur in Nederland in de negentiende eeuw.
In deze uitgave zijn twee belangrijke deelstudies uit dit project verzameld: Eclecticisme van Geert Palmaerts en Alles wat zuilen heeft is klassiek van Lex Hermans. Auke van der Woud analyseert in Sterrenstof de reputaties van Cuypers en Berlage. Hij laat zien hoe de rond 1900 gehypte beeldvorming van deze tot leiders van de architectuur gebombardeerde architecten in de twintigste eeuw continu kritiekloos werd herhaald, waardoor de Nederlandse architectuurgeschiedenis een bizar sprookje is geworden.