In 1968 verscheen Irvings eerste boek, De beren los. Het einde van de Tweede Wereldoorlog is nabij wanneer het Russische leger Wenen binnenvalt. In de befaamde dierentuin is geen beest meer te bekennen, hoogstwaarschijnlijk omdat de hongerige inwoners ze hebben opgegeten. In deze historische roman over de inname van Wenen door de nazis en de bezetting van de stad door de Russen, besluiten twee Weense studenten in 1967 de bevrijding van de dierentuin na te spelen. De gevolgen zijn vaak hilarisch, maar ook gruwelijk. Deze veelgelaagde en rijke roman is het debuut van de toen vijfentwintigjarige John Irving en een ondubbelzinnige aankondiging van zijn enorme verteltalent.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Het romandebuut van de Amerikaan John Irving (geboren 1941). In dit boek treffen we dezelfde elementen aan als in het latere werk, zoals 'Hotel New Hampshire': Wenen, beren, merkwaardige sterfgevallen en uiterst onafhankelijke geesten, en een nogal ingewikkelde verhaalconstructie. Het begint met twee gesjeesde weense studenten die Oostenrijk doorkruisen op een oude motorfiets. Zij krijgen onderweg gezelschap van de hooguit 14 jaar oude lifster Gallen. Tijdens een van hun picaresque avonturen legt een van de twee het loodje als gevolg van een overmaat aan bijensteken. Uit zijn nagelaten papieren blijkt zijn levenslange obsessie. Tevens bevatten deze notities zijn uiterst bizarre voorgeschiedenis. Uiteraard gaat het boek over meer dan beren loslaten: het is, even als Irving's andere werk, een even indringend als amusant pleidooi voor tolerantie.<br/>(Biblion recensie, Drs. G. van Aken.)