Jodendom, christendom en islam zijn verwante religieuze tradities. Een deel van de verhalen uit Tenach, Bijbel en Koran is daarom in alle drie de tradities terug te vinden. Het betreft hier met name de verhalen rond de aarstvaders en aartsmoeders en de geschiedenissen van de profeten.
Dit boek bespreekt de wijze waarop een aantal bijbelse figuren in de islamitische traditie is overgeleverd. Het betreft hier niet alleen bekende figuren zoals Abraham en Mozes, waarvan velen weten dat ze zowel in de joods-christelijke als ook in de islamitische traditie een rol spelen, maar ook minder bekende persoonlijkheden, zoals Hagar, Saul, Salomo en Jona. Verschillende auteurs laten zien op welke wijze de verhalen rond deze personen zich verder hebben ontwikkeld in de tijd, waardoor de verhalen over bijvoorbeeld Hagar, Lot en Jona in de islam een geheel eigen betekenis krijgen.
Recensie(s)
In dit boeiende boek van verschillende islam-kenners (ook moslimse) komt een aantal bijbelse figuren aan de orde zoals deze in de Koran en de moslimse traditie besproken worden: Noach. Abraham, Hagar, Lot, Mozes (die na Abraham het meest in de Koran genoemd wordt), de koningen Saul en Salomo en ten slotte Jona. Al gaat het om dezelfde figuren, elk van hun namen wordt enigszins anders geschreven. Allerlei latere moslimse uitleg (zowel fundamentalistische als modernistische) komt ter sprake. Interessant is hoe de moslimse auteur (verbonden aan de islamitische universiteit te Rotterdam) het verhaal van Salomo en de koningin van Sheba leest als een les over emancipatie van vrouwen en duidelijk maakt dat volgens de Koran regeren niet het monopolie is van mannen en zelfs niet van gelovigen! Het is boeiend om te zien hoe de Koran en de latere moslimse traditie in gesprek is met de joods-christelijke; zo zijn deze bijdragen een stimulans voor een voortgaand gesprek.<br/><br/>Prof.dr. A. Wessels