Wiens stem klinkt er in Blindelings? Het is de stem van een man die koning van Ijsland is geweest en daarna veroordeeld wordt tot de dwangarbeid van een inferno van een ander eiland, aan de andere kant van de wereld. Het is kameraad Cippico, die na de nazi-concentratiekampen op Goli Otok is baland, het Kale Eiland waar Tito zijn dissidenten in ballingschap naar toe zond.Hij is de revolutionair, de zeeman, de astronaut... Hij is ook de argonaut in een ballingschap die slechts bij vlagen wordt verlicht door de liefde van een vrouw die Maria heet, Maria, Mariza, Norah,...
Recensie(s)
Claudio Magris (1937), vooral bekend door zijn reisboek Donau, is zowel essayist als romancier. Dit is een boek in de lijn van de grote Duitse en Oostenrijkse romans waarover hij veel geschreven heeft. Salvatore Cippico probeert tegenover een psychiater in een ziekenhuis bij Triest zijn leven te reconstrueren: als communist ten tijde van Mussolini, via de Spaanse Burgeroorlog, Dachau tot hulp bij de opbouw van het socialisme in Joegoslavie, een avontuur dat in 1947 eindigt in de goelag op het Naakte Eiland. Maar de verteller spreekt met meer stemmen, die van het verzet. Hij voelt zich een kloon van een Deense avonturier uit de negentiende eeuw. Op de achtergrond speelt de argonaut Jason mee op zoek naar het gulden vlies - nu de rode vlag. Magris haalt veel overhoop, te veel soms. Het motief is de blindheid van de geschiedenis, zoals in 1801 Nelson een witte vlag niet zag omdat hij de verrekijker voor zijn ooglap hield. Een vorm van blindheid is ook het geloof in idealen of de Partij. Het gaat om de val van idealen, maar dat is een te simpele samenvatting van een groot en ingewikkeld boek. Kleine druk.<br/><br/>J.F. Vogelaar