Max. €1,95 verzending & 14 dagen recht van retour

Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu

De Gong En De Rookberg

intrigerende materie van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink

Auteur: Piet Gerbrandy

Nederlands - Hardcover

512 pagina's | Historische Uitgeverij Groningen | september 2011

4.0 van de 5 (1 reviews)

4.0 van de 5 | Bekijk (1) reviews

Schrijf een review

Ontvang 5% korting op Nederlandse studieboeken

Volg je een HBO of WO-opleiding? Ontvang dan 5% korting bij aankoop van minimaal twee verschillende Nederlandstalige studieboeken die voorgeschreven zijn door jouw opleiding.
Alle boeken van je boekenlijst zoeken? Gebruik de studieboekenhulp!
  1. Overzicht
  2. Beschrijving
  3. Inkijkexemplaar
  4. Reviews

Beschrijving

'Ik beweer dat de door Ter Balkt en Hamelink gepubliceerde teksten slechts in potentie (dynamis) gedichten zijn, zaden die een lezer behoeven om in diens brein op te bloeien tot volwaardige gedichten, waarbij de perceptie van de vorm en de betekenistoekenning op grond van conventies en lezersintentie bepalen hoe het gewas er uiteindelijk uitziet. Ik ben deze lezer, deze hovenier, ik heb de gedichten opgekweekt tot wat ze in dit boek zijn geworden, dus het spreekt vanzelf dat ik de ideale lezer v...

Volledige beschrijving

Alle reviews (1)

Gemiddelde beoordeling: 4.0 van de 5
4 van de 5  Beelden en feiten

14 oktober 2011 | Door: Weiland | 50-59 jaar | Nijmegen


Drie van mijn lievelingsdichters bij elkaar. De jongste, Gerbrandy, beent de ouderen uit, legt hen af, balsemt hen en doet hen verrijzen in volle pracht. En dat verdienen ze, ter Balkt en Hamelink. Een eerbewijs dat ook op Gerbrandy zelf afstraalt: even terecht want het is een helder, meer dan leerzaam, erudiet èn speels, en vooral ook verstandig boek. Gerbrandy is er doctor mee geworden. Al lezend vroeg ik me wel af wat we opschieten met alle wetenschap. Laat ik meteen met een voorbeeld beginnen: in een gedicht van Hamelink figureert een keizer die met een “cape van een Maagd” voor zijn leger uit ten strijde trekt. Ik kende geen van de feiten aangaande Byzantijnse keizers en hun erotische en religeuze voorkeuren die Gerbrandy aan het licht heeft gebracht. Maar toch had het beeld, toen ik het jaren geleden las, leeg als het dus was, een zuigende kracht, die het gedicht krachtig maakte. Of leeg: ik had bijvoorbeeld wel weet van galante tournooiridders die hun lans pas velden als de handschoen van hun Vrouwe op hun helm bevestigd was. Het grappige is dat deze feiten van Gerbrandy die associatieve beleving onverlet laten, en voor mij als lezer niets wezenlijks toevoegen. Leuk om te weten vind ik het wel. Waar ik kennis ontbeer heeft mijn verbeelding vrij spel, uitgedaagd door de dichters schep ik mijn eigen mythologieën, puttend uit wat ik al wel weet, las, zag, onderging en doordacht had. Wordt de kennis alsnog aangevuld, zoals nu, lezend in De Gong en de Rookberg, dan worden deze mythen vervangen –geheel of gedeeltelijk- door de verhalen van de geschiedenis en de kunsten, op zich ook een weefsel van ware vertellingen en valse feiten. Dat is fascinerend, als spel, waarin de dichter met zijn gedicht meespeelt, maar of het noodzakelijk is? Ik leerde eigenlijk meer over schrijven dan over lezen. Alleen feiten toevoegen is niet genoeg voor een “warmere” ervaring van het gedicht. De feiten moeten ook nog eens echt betekenis hebben voor de lezer. Allerlei feiten over Byzantijnse keizers blijven trivia voor mij. Dat ligt natuurlijk heel anders voor de classicus Gerbrandy, voor hem zijn het geen trivia. Toegevoegde feiten moeten in de leefwereld van de lezer passen, of deze verruimen. Feiten moeten zich bevinden binnen het krachtenveld van de beelden die de lezer heeft. Achtergrondkennis over Anna Komnena voldoet voor mij aan deze eis, een extra detail over de wijze waarop Karel de Stoute bleef op het veld van eer veel minder. In de tweede helft van het boek gaat het over andere feiten: hoe zit een gedicht in elkaar? Opbouw (parallellie, cirkelloop), klank, ritme en rijm van velerlei allooi (ik wist niet dat er zoveel kon rijmen op zoveel manieren, omfloerst of openlijk), typografie, bladspiegel: dit alles maakt van tekst juist dìt gedicht. Dit gedeelte was voor mij als het roeren in, kokerellen aan, proeven van, een lievelingsgerecht dat ik langzaam aan het koken ben: wat een genot. En: ik weet steeds beter wat mij zo doet genieten. Maar ook hier weer een lichte twijfel: Gerbrandy roert zoveel aan, zo subtiel ook, dat ik me afvroeg wiens onderscheidingsvermogen deze genietingen nog aan zou kunnen. Vervolgens is het Gerbrandy zelf die mijn vragen overneemt: wat hebben we er aan? En: is het allemaal wel zo? Hij relativeert het verwijzingen-gedoe door ook van de verwijzing een vorm-element te maken, zoals rijm dat ook is. Daar kan ik prima mee leven, het beeldende effect is belangrijker dan het feiten-aspect. En uiteindelijk bestemt hij het lot van het gedicht in de verbeelding van de lezer. Dat wist ik stiekem al, zie boven, maar nu krijg ik daar blijkbaar wetenschappelijke toestemming voor. Daar ligt een beetje mijn teleurstelling, maar misschien had ik toch –een beetje kinderlijk- een openbaring verwacht, die helemaal niet verwacht kàn worden. In ieder geval is voor mij dit alles een reden te meer om me bevestigd te weten: deze dichters zijn zo ontzettend goed, alle drie.

Vond je deze review nuttig? Ja (0) | Nee (0) | Ongepast?

Meer reviews

Reviews

De reviews kunnen helaas niet getoond worden.

Terug naar het overzicht

Reviews

Er zijn nog geen reviews.

Schrijf als eerste een review

Productinformatie

Auteur
Piet Gerbrandy
Taal
Nederlands
Afmetingen
37x248x178 mm
Gewicht
1208 gr
Druk
1
ISBN10
9065540369
ISBN13
9789065540362

Meer boeken met dezelfde kenmerken

Selecteer één of meer kenmerken:





Beschrijving

'Ik beweer dat de door Ter Balkt en Hamelink gepubliceerde teksten slechts in potentie (dynamis) gedichten zijn, zaden die een lezer behoeven om in diens brein op te bloeien tot volwaardige gedichten, waarbij de perceptie van de vorm en de betekenistoekenning op grond van conventies en lezersintentie bepalen hoe het gewas er uiteindelijk uitziet. Ik ben deze lezer, deze hovenier, ik heb de gedichten opgekweekt tot wat ze in dit boek zijn geworden, dus het spreekt vanzelf dat ik de ideale lezer van deze gedichten ben. Een andere lezer had van dezelfde teksten andere gedichten gemaakt, waarvan hij dan de ideale lezer zou zijn geweest.

'All animals are equal, but some animals are more equal than others', schreef Orwell. Alle lezers zijn gelijk, maar dat wil niet zeggen dat alle interpretaties even goed zijn. De waarde van een interpretatie wordt bepaald door haar overtuigingskracht. Dat is een retorische categorie.

Dit boek beoogt aan te tonen dat mijn lectuur van Ter Balkt en Hamelink hout snijdt, en dat de dynamis van hun teksten het best verwezenlijkt kan worden op de wijze die ik in praktijk heb gebracht. Tevens is het een uitnodiging aan de lezers die de materie van deze tekst in zich hebben doen uitbotten, om zelf aan het werk te gaan en nieuwe versies van Ter Balkt en Hamelink op te kweken, opdat, om nog één keer een gevaarlijke metafoor te gebruiken, de concurrentie op de vermeend vrije markt van het literair debat uiteindelijk bepaalt welke gedichten het meest levensvatbaar zijn.'

Recensie(s)


Classicus en gedreven poeziecriticus Piet Gerbrandy - zelf een vruchtbaar dichter - heeft in zijn omvangrijke proefschrift uit 2009, waarvan nu de handelseditie is verschenen, twee dichtbundels aan een grondig onderzoek onderworpen: Laaglandse hymnen I van H. H. ter Balkt en Zilverzonnige en onneembare maan van Jacques Hamelink. Beide dichters zijn veelvraten (ze vragen veel van een lezer omdat ze zelf veel gelezen hebben en daarnaar verwijzen) en worden in het algemeen duister, moeilijk interpreteerbaar gevonden, hoewel het oordeel in de kritiek over beiden lovend uitvalt. Gerbrandy gaat de uitdaging van deze twee bundels zowel in praktische zin (hij analyseert en interpreteert ze) als in theoretische, methodologische zin (hoe vindt het leesproces plaats, wat voor soort complicaties levert de behoefte aan begrip voor de tekst op) met verve, gedegen, maar ook voor niet door de academische wol geverfde poezielezers begrijpelijk en spannend aan. De twee dichters zijn met deze hartstochtelijke, veel openbarende en ook veel raadsels opleverende studie een stuk dichterbij gebracht. Het boek mag gerust een mijlpaal heten in de interpretatieve poeziebenadering.

T. van Deel

Terug naar het overzicht

Inkijkexemplaar (1)

Terug naar het overzicht

Alle reviews (1)

Gemiddelde beoordeling: 4.0 van de 5
4 van de 5  Beelden en feiten

14 oktober 2011 | Door: Weiland | 50-59 jaar | Nijmegen


Drie van mijn lievelingsdichters bij elkaar. De jongste, Gerbrandy, beent de ouderen uit, legt hen af, balsemt hen en doet hen verrijzen in volle pracht. En dat verdienen ze, ter Balkt en Hamelink. Een eerbewijs dat ook op Gerbrandy zelf afstraalt: even terecht want het is een helder, meer dan leerzaam, erudiet èn speels, en vooral ook verstandig boek. Gerbrandy is er doctor mee geworden. Al lezend vroeg ik me wel af wat we opschieten met alle wetenschap. Laat ik meteen met een voorbeeld beginnen: in een gedicht van Hamelink figureert een keizer die met een “cape van een Maagd” voor zijn leger uit ten strijde trekt. Ik kende geen van de feiten aangaande Byzantijnse keizers en hun erotische en religeuze voorkeuren die Gerbrandy aan het licht heeft gebracht. Maar toch had het beeld, toen ik het jaren geleden las, leeg als het dus was, een zuigende kracht, die het gedicht krachtig maakte. Of leeg: ik had bijvoorbeeld wel weet van galante tournooiridders die hun lans pas velden als de handschoen van hun Vrouwe op hun helm bevestigd was. Het grappige is dat deze feiten van Gerbrandy die associatieve beleving onverlet laten, en voor mij als lezer niets wezenlijks toevoegen. Leuk om te weten vind ik het wel. Waar ik kennis ontbeer heeft mijn verbeelding vrij spel, uitgedaagd door de dichters schep ik mijn eigen mythologieën, puttend uit wat ik al wel weet, las, zag, onderging en doordacht had. Wordt de kennis alsnog aangevuld, zoals nu, lezend in De Gong en de Rookberg, dan worden deze mythen vervangen –geheel of gedeeltelijk- door de verhalen van de geschiedenis en de kunsten, op zich ook een weefsel van ware vertellingen en valse feiten. Dat is fascinerend, als spel, waarin de dichter met zijn gedicht meespeelt, maar of het noodzakelijk is? Ik leerde eigenlijk meer over schrijven dan over lezen. Alleen feiten toevoegen is niet genoeg voor een “warmere” ervaring van het gedicht. De feiten moeten ook nog eens echt betekenis hebben voor de lezer. Allerlei feiten over Byzantijnse keizers blijven trivia voor mij. Dat ligt natuurlijk heel anders voor de classicus Gerbrandy, voor hem zijn het geen trivia. Toegevoegde feiten moeten in de leefwereld van de lezer passen, of deze verruimen. Feiten moeten zich bevinden binnen het krachtenveld van de beelden die de lezer heeft. Achtergrondkennis over Anna Komnena voldoet voor mij aan deze eis, een extra detail over de wijze waarop Karel de Stoute bleef op het veld van eer veel minder. In de tweede helft van het boek gaat het over andere feiten: hoe zit een gedicht in elkaar? Opbouw (parallellie, cirkelloop), klank, ritme en rijm van velerlei allooi (ik wist niet dat er zoveel kon rijmen op zoveel manieren, omfloerst of openlijk), typografie, bladspiegel: dit alles maakt van tekst juist dìt gedicht. Dit gedeelte was voor mij als het roeren in, kokerellen aan, proeven van, een lievelingsgerecht dat ik langzaam aan het koken ben: wat een genot. En: ik weet steeds beter wat mij zo doet genieten. Maar ook hier weer een lichte twijfel: Gerbrandy roert zoveel aan, zo subtiel ook, dat ik me afvroeg wiens onderscheidingsvermogen deze genietingen nog aan zou kunnen. Vervolgens is het Gerbrandy zelf die mijn vragen overneemt: wat hebben we er aan? En: is het allemaal wel zo? Hij relativeert het verwijzingen-gedoe door ook van de verwijzing een vorm-element te maken, zoals rijm dat ook is. Daar kan ik prima mee leven, het beeldende effect is belangrijker dan het feiten-aspect. En uiteindelijk bestemt hij het lot van het gedicht in de verbeelding van de lezer. Dat wist ik stiekem al, zie boven, maar nu krijg ik daar blijkbaar wetenschappelijke toestemming voor. Daar ligt een beetje mijn teleurstelling, maar misschien had ik toch –een beetje kinderlijk- een openbaring verwacht, die helemaal niet verwacht kàn worden. In ieder geval is voor mij dit alles een reden te meer om me bevestigd te weten: deze dichters zijn zo ontzettend goed, alle drie.

Vond je deze review nuttig? Ja (0) | Nee (0) | Ongepast?

Terug naar het overzicht

Anderen bekeken ook:

Bekijk de hele lijst

Liefhebbers van deze auteur bestelden ook:

Meer verwante auteurs
Betaal gemakkelijk met acceptgiro

Betaal gemakkelijk met acceptgiro!

Ook daarom koop je bij bol.com

Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina