Lou Baljon, jong in de jaren zeventig, is iemand die wel beweegt, maar zonder werkelijk van zijn plaats te komen. Na een leven als roadie en opnametechnicus in een kleine provincieplaats begint hij een bioscoop in een gekraakte garage. Opnieuw dreigt de tijd hem in te halen, maar dan krijgt hij een idee dat juist volmaakt past bij de moderne tijd: hij geeft het publiek de hoofdrol. Het succes is enorm, en brengt hem in contact met een ongrijpbare jonge vrouw, die in zichzelf gevangen zit als een prinses in een torenkamer. Om haar te bevrijden en voor zich te winnen, zet Lou nog eenmaal de middelen van zijn verleden in.
De rode loper is de nieuwe, meesterlijke roman van Thomas Rosenboom, over een man die meer verloren heeft dan hij bezit, maar tegen de stroom in blijft zoeken naar geborgenheid.
Recensie(s)
Thomas Rosenboom (1956) is een terecht veelgelezen en bekroonde romanschrijver. Hier schrijft hij het verhaal van twee ambitieloze mannen in Arnhem en Zevenaar, die respectievelijk journalist bij de Liemers-editie van De Gelderlander worden en uitkeringstrekker annex roadie bij een band, opnametechnicus en alternatieve bioscoophouder. Ook in dit boek kiest Rosenboom een historische situatie (die ruim drie decennia beslaat) met herkenbare elementen uit de regio en de Arnhemse popscene (inclusief de obligaat-karikaturale provincialisme-kritiek). De twee verhaallijnen laten enerzijds de tragische geschiedenis van de hoofdfiguren zien en stellen anderzijds de narcistische instelling van de hedendaagse nietskunner aan de kaak, die toch aandacht en roem verwerft. Rosenboom is cynisch, de roman is tragi-komisch en satirisch. Een goed verteld en fraai geformuleerd verhaal, maar inhoudelijk zonder de diepgang van Rosenbooms eerdere werk. Vermakelijk en meelijwekkend is het wel, maar het thema is mager en mist het mysterie en de grootsheid die we van Rosenboom kennen. Paperback, normale druk.<br/><br/>Drs. Cees van der Pluijm