Nieuwjaarsochtend. Een Amsterdamse cultuurbobo zit met een teiltje in zijn handen. Een bejaarde allochtone dame gaat in haar scootmobiel op pad. Een gescheiden Kwikfit-bedrijfsleider keert terug van een date. En een onbekende man ligt in kamer H51 dood te gaan.
Wat hebben ze met elkaar gemeen? Weinig. Ze hebben het nieuwe jaar gehaald. En ze kijken of luisteren allemaal naar het skischansspringen in Garmisch-Partenkirchen, waar de Finse Yuri Raikkonen straks een sprong zal wagen. Hoewel niemand wezenlijk geinteresseerd is in de verrichtingen van Raikkonen, raakt zijn worsteling met de zwaartekracht hier en daar een onverwacht gevoelige snaar.
Alle personages in dit intelligente, toegankelijke literaire debuut worstelen met niet-ingeloste verwachtingen en proberen een oude huid af te leggen. In pogingen hun beschadigde levens nog wat glans te geven, flirten ze met zaken die even makkelijk tot een spectaculaire val kunnen leiden. Op prachtig subtiele wijze laat Nieuwenhuis de verschillende levens in elkaar scharnieren en met zijn soepele pen ontvouwt hij stap voor stap hun verhaal.
Erik Nieuwenhuis (1964) was medeoprichter en redacteur van het literaire tijdschrift Schrijver & Caravan. Voor een selectie uit zijn verhalen ontving hij het Hendrik de Vriesstipendium. Zijn beschouwingen over taal, literatuur en nachttreinen verschenen onder de titel Woordsoep o.a. in de Volkskrant. In 2010 verscheen ook de bloemlezing Woordsoep.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Debuutroman van Erik Nieuwenhuis (1964), schrijver, columnist en mede-oprichter van literair tijdschrift 'Schrijver & Caravan'. Los van elkaar worden de levens van vijf personages verteld op een nieuwjaarsdag, afgewisseld door fragmenten van een Finse skispringer in Garmisch-Partenkirchen. Door het verhaal heen blijken steeds meer personages op toevallige wijze elkaar te raken. Te merken is dat de schrijver eerder taalcolumns schreef, die onder de titel 'Woordsoep' onder meer verschenen in de Volkskrant en in 2010 gebundeld werden. Het proza is eigentijds, creatief, sprankelend en prettig leesbaar. Een echte eenheid in de verhaallijnen ontbreekt, maar dat is ook tekenend voor de leegte die alle personages, hoe druk ze ook zijn, omringt. Ze zijn zomaar mensen, en de wijze waarop hun lijnen elkaar raken, lijkt betekenisloos. Nieuwenhuis stipt grote thema's aan, maar de wijze waarop laat zich niet in een richting dwingen. Intrigerend proza, een helder en herkenbaar beeld van de tijdsgeest, en een feest van taal. Kleine druk.<br/><br/>(NBD|Biblion recensie, Jelmer Soes)