<b>Het geluk van de kunst bevat het kerstessay 2011 van De Standaard</b>
Maakt kunst gelukkig? Als schrijver is Marc Reugebrink de aangewezen man om die vraag te beantwoorden. Hij vertelt in Het geluk van de kunst hoe en waarom we in de fantasie van schrijvers willen geloven – of waarom net niet. Reugebrinks verhaal over de betekenis van literatuur gaat uiteindelijk over hoe wij naar de wereld kijken, twijfelend tussen realisme en romantiek.
De fundamentele historische ervaringen die we delen – zoals de val van de Muur, 9/11, de explosie van de nieuwsstroom – bepalen hoe we met literatuur omgaan. Reugebrink ziet vooral een breuk na 1989 en probeert te begrijpen waarom literatuur een ongevaarlijke subcultuur is geworden, gedoogd in de media en verdwenen uit het onderwijs. Het geluk van de kunst is een verrassend, eerlijk en verhelderend boek over de inspiratie en de waarde die we vandaag uit literatuur kunnen putten.
Marc Reugebrink zoekt in dit boek voortdurend de grenzen van een eigen ‘tussenpositie' op. Het is een plek tussen schreeuwen en stamelen, maar ook tussen het nieuwe thuisland België en de onoverkomelijkheid van de oranje heimat. ‘Trouw blijven aan wat blijvend wil ontkomen', zo luidt Reugebrinks devies. Het lukt hem met dit boek vol uiterst actuele, brandend relevante en prikkelende teksten wonderwel.
- De Standaard
Marc Reugebrink brengt het woord vooraf:
<iframe width="100%" height="166" scrolling="no" src="http://w.soundcloud.com/player/?url=http%3A%2F%2Fapi.soundcloud.com%2Ftracks%2F39095220&show_artwork=true" frameborder="0" ></iframe>
Recensie(s)
De in Gent woonachtige Nederlandse auteur won in maart 2008 met zijn roman 'Het grote uitstel' de Gouden Uil, de prestigieuze Vlaamse publieksprijs voor literatuur. Ironisch genoeg en tot zijn grote verbijstering want R. trekt in de hier gebundelde essays over cultuur en literatuur, veelal eerder gepubliceerd in De Standaard en andere Vlaamse kwaliteitsmedia, fors van leer tegen de vervlakking van de maatschappij. Tegen het marktdenken zoals dat in alle sectoren overheerst, waardoor kunst en literatuur ook op school in de marge gedrukt zijn. Hij neemt de literatuur zeer serieus; schrijven is voor hem een existentiële behoefte, maar hij beseft ook dat zijn strijd voor alles wat geestverheffend is in deze tijd als anachronisme beschouwd wordt en benoemt dat als de spagaat tussen realisme en romantiek. In een tijd dat kunstuitingen door de politiek tot 'linkse hobby's' gemarginaliseerd worden, klinkt in deze aarzelende, zoekende en soms wanhopige stukken een zeer relevante en prikkelende tegenstem, met naast actuele cultuurkritiek ook gedreven stukken over schrijvers en poëzie.<br/><br/>Theo Vos