'Therapeuten willen nogal eens de nadruk leggen op ontspannen en loslaten, terwijl het om inspannen en vasthouden gaat. Als u zich leeg voelt, stop er wat in. Als u uzelf wilt vinden, neem een ander in u op.'
In Hoe word ik gelukkig? geeft Guus Kuijer een simpel antwoord op de vraag die in de titel wordt gesteld: wie leert van een ander, over een ander of met een ander, heeft een rijk leven. Wie zoekt naar de ziel van onze fascinerende wereld en niet al te zeer naar zijn eigen ik, heeft een goede kans op geluk. God is daarbij niet nodig: de sleutelwoorden zijn interesse en passie. Het is van geen belang of die hartstocht Goya en Van Gogh geldt, een zeldzame paddensoort of voetbal, als zij maar welgemeend is. En wie zich werkelijk verdiept in een ander is niet langer vatbaar voor xenofobie, waardoor ook de wereld wat gelukkiger wordt.
In dit ronduit optimistische boek wijst de beroemde auteur ons een weg naar een zinvol bestaan. Hij schuwt daarbij idealisme noch humor, en zo ontstaat een vrolijk boek waarvan de ondertitel niet louter ironisch bedoeld is.
Guus Kuijer (1942) is een van de bekendste en meest gelauwerde kinderboekenschrijvers van Nederland. In 2005 ontving hij de Gouden Griffel voor Het boek van alle dingen. Hij bouwt ook aan een indrukwekkend oeuvre voor volwassenen, waarbinnen Het geminachte kind en Hoe een klein rotgodje God vermoordde het bekendst zijn. Voor dat laatste boek en voor Het doden van een mens kreeg hij in 2007 de Edgar du Perronprijs.
Recensie(s)
Deze publicatie is een wegwijzer naar een zinvol bestaan door de bekendste en meest bekroonde kinderboekenschrijvers van Nederland. De ondertitel 'een zelfhulpboek' is niet slechts ironisch bedoeld: hij keert zich tegen te gemakkelijke oplossingen in de stroom van op Amerikaanse leest geschoeide zelfhulpboeken. Maar aan de andere kant is zelfhulp, in de betekenis van zelf achter zaken aan gaan die interessant zijn en daardoor je passie of talent ontwikkelen, voor de auteur onontbeerlijk om tot een rijk, betekenisvol, want verrijkt leven te komen dat ook uitzicht biedt op geluk. Hiervoor werkt hij vooral de levens van de schilders Goya en Van Gogh uit (er zijn dertien afbeeldingen in kleur en zwart-wit opgenomen), daar die hard hebben moeten knokken om van hun talent iets geniaals te maken. Hij keert zich hierbij tegen vele moderne gewoonten en opvattingen (alleen koersen op gevoel). Kuijer giet zijn betoog in een ontnuchterende en/of humoristische taal, die vaak een nieuwe kijk op de zaken zoals in zijn adagio 'De wereld spreekt me niet uit zichzelf aan, ik moet haar aan de praat zien te krijgen'.<br/><br/>J. Hodenius