Over de VOC en het leven op de schepen zijn al veel studies verschenen. Wat deze studie echter zo uniek maakt, is de antropologische kijk op de historische bronnen. Herman Ketting gebruikt zijn antropologisch geschoold oog om het leven aan boord tijdens de maandenlange reis naar 'de oost' te reconstrueren. Hij doet dat met de uit de VOC-archieven, oude scheepsjournalen, reisbeschrijvingen, artikelbrieven en processtukken opgediepte gegevens.
Recensie(s)
Over het leven aan boord van Oost-Indievaarders in de zeventiende en achttiende eeuw zijn al bibliotheken volgeschreven, maar zelden of nooit vanuit een antropologische invalshoek. Ketting, antropoloog, beschrijft de dagelijkse gang van zaken aan boord (in de periode 1595-1650) vanaf de aanmonstering: de verblijven, de zeemanskleding, de privacy, voeding en ziekten, de bediening van het schip, omgangsvormen en vrijetijdsbesteding, tot en met rebellie en strafrechtspleging aan boord. Dit alles aan de hand van talloze reisjournalen, archiefstukken en studies. De auteur schetst de onderlinge verhoudingen en spanningen tussen officieren, matrozen en soldaten aan boord en hoe door vaste riten en ceremonies onderweg die spanningen afnamen of juist werden aangewakkerd. Het boek bevat een aantal tekeningen in zwart-wit; afgezien van de technische tekeningen, zijn deze duidelijk niet van een beroepsillustrator, maar ze geven de in de tekst geschetste situaties wel op historisch juiste wijze weer. Door de nieuwe invalshoek waarmee het leven aan boord wordt bekeken, is er duidelijk sprake van een dieper en genuanceerder inzicht in de materie. Daarom is dit boek zonder meer de moeite waard.<br/><br/>Peter Turk