Beschaafde Nederlanders bellen elkaar niet tussen acht en half
negen – dat behoort tot de ongeschreven regels van de vaderlandse
etiquette. Het NOS-journaal van acht uur is heilig. Het is de
hoogmis van het nieuws. Miljoenen mensen kijken er elke dag naar,
al vijftig jaar. De eerste paar jaar waren dat er veel minder, maar
juist door het journaal steeg het televisiebezit in Nederland
razendsnel. Het Journaal is met afstand de belangrijkste nieuwsbron
van Nederland. Maar dit Hilversumse instituut...
Beschaafde Nederlanders bellen elkaar niet tussen acht en half
negen – dat behoort tot de ongeschreven regels van de vaderlandse
etiquette. Het NOS-journaal van acht uur is heilig. Het is de
hoogmis van het nieuws. Miljoenen mensen kijken er elke dag naar,
al vijftig jaar. De eerste paar jaar waren dat er veel minder, maar
juist door het journaal steeg het televisiebezit in Nederland
razendsnel. Het Journaal is met afstand de belangrijkste nieuwsbron
van Nederland. Maar dit Hilversumse instituut is voor de kijker
tegelijkertijd een grote onbekende. Wie hebben daar vijftig jaar
aan de touwtjes getrokken? Wat hebben de omroepen allemaal
geprobeerd om het journaal klein en onbeduidend te houden? Waarom
gingen de jaren zestig eigenlijk aan het NOS-Journaal voorbij? Wat
is er allemaal veranderd, tussen 1956, toen er drie uitzendingen
per week waren, en vandaag, met zo'n zestien uitzendingen per dag?
En wat vonden de kijkers er al die vijftig jaar eigenlijk van? Voor
het eerst is er nu eindelijk een biografie van het Journaal.
Onderzoeksjournalist Ad van Liempt (eindredacteur van het
geschiedenisprogramma Andere Tijden) las alle beschikbare
archiefstukken en hoofdredactionele memo's en interviewde talloze
huidige en voormalige medewerkers. Zijn boek gunt de lezer een blik
achter de schermen van het nieuws, en biedt tegelijk een geheel
nieuw inzicht in de geschiedenis van de televisie, van de
journalistiek en van het naoorlogse Nederland.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
In 1956, het eerste jaar van het journaal, is er maar drie
keer per week een NTS-journaal. In 2006 zal het NOS-journaal
vijftig jaar bestaan. 'Het journaal' beschrijft het bedrijf dat
belast is met de totstandkoming van het journaal. Onderzoek naar
vijftig jaar NOS-journaal heeft volgens de auteur vooral opgeleverd
dat de invloed van de hoofdredacteur op de organisatie buitengewoon
groot is. Het boek is daarom opgebouwd rond de verschillende
hoofdredacteuren die er achtereenvolgens zijn geweest: Enkelaar,
Simons, Van Westerloo, Brusse, Van der Wulp, Haasbroek en Laroes.
Deze hoofdstukken worden onderbroken door berichtgeving uit de
NOS-journaals uit de periode van de desbetreffende hoofdredacteur.
De meest spannende periode is de periode Haasbroek, want de
redactie zei het vertrouwen op in de hoofdredacteur. Dit naar
aanleiding van uitspraken van Haasbroek over de NOS-berichtgeving
over Fortuyn. Dit is een uitstekend gedocumenteerd en
tegelijkertijd goed leesbaar boek over vijftig jaar NOS-journaal.
Jammer is alleen dat het boek niet aangeeft wat de invloed en
betekenis van het NOS-journaal is geweest.