'Denken over kunst' biedt een systematische introductie van een aantal grondbegrippen en basistheorieën uit de kunstfilosofie. Het verschaft een theoretisch kader waarmee vanuit verschillende gezichtspunten over kunst kan worden nagedacht. 'Denken over kunst' maakt het verband duidelijk tussen kunstfilosofie en kunstwereld, en presenteert een zo objectief mogelijke weergave van de stand van zaken binnen het esthetisch denken.Over wat kunst is en wat kunst zou moeten zijn, gaat het eerste deel va...
'Denken over kunst' biedt een systematische introductie van een aantal grondbegrippen en basistheorieën uit de kunstfilosofie. Het verschaft een theoretisch kader waarmee vanuit verschillende gezichtspunten over kunst kan worden nagedacht. 'Denken over kunst' maakt het verband duidelijk tussen kunstfilosofie en kunstwereld, en presenteert een zo objectief mogelijke weergave van de stand van zaken binnen het esthetisch denken. Over wat kunst is en wat kunst zou moeten zijn, gaat het eerste deel van deze inleiding. Hierin komen de klassieke kunsttheorieën aan bod die tot de dag van vandaag onze kijk op kunst hebben beïnvloed. In het tweede deel plaatst de auteur het denken over kunst in een maatschappelijk en historisch kader en vergelijkt hij de verschillende kunstfilosofische stromingen met elkaar. Kunst kan ook als taal worden beschouwd, met een eigen tekensysteem, althans volgens de postmodernisten. Volgens deze opvatting moet kunst los van de historische context worden gewaardeerd en bestudeerd. In het derde deel staat de vraag centraal of kunst wel een relatie met de werkelijkheid dient aan te gaan. De inzichten en theorieën die in dit boek aan bod komen, worden geïllustreerd aan de hand van full-colour afbeeldingen van de bespoken kunstwerken. 'Denken over kunst' richt zich op universitaire studenten kunst- en cultuurstudies, studenten (kunst)filosofie en hovo-studenten, maar is ook geschikt als een algemene introductie in de stof.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
De auteur doceert aan de Erasmus-Universiteit te Rotterdam
binnen de Faculteit der Historische Wetenschappen en
Kunstwetenschappen. Denkt men bij 'handboek' niet direct aan
volledigheid, dan kan men met hem spreken van een 'handboek voor
het onderwijs in de kunstfilosofie'. Ook tot zelfstandig gebruik
leent het boek zich goed. De vraag wat kunst is, voert tot vragen
betreffende de werkelijkheid, vorm en expressie, kunst en
maatschappij, en de mogelijkheid tot esthetisch oordelen. Met
gebruikmaking van relevante filosofieen (Kant, Hegel enz.) stelt de
auteur de voornaamste grondbegrippen en basistheorieen kritisch en
vergelijkend aan de orde. Wanneer hij tot slot nagaat wat eraan
vastzit als je kunst als taal opvat, weet hij behalve de semiotiek
belangrijke filosofische denkwijzen als (post)structuralisme en
(post)modernisme inzichtelijk te behandelen: Barthes, Lyotard,
Derrida, Baudrillard e.a. In aanmerking genomen de
moeilijkheidsgraad van de stof is het boek helder geschreven. Met
praktische becommentarieerde literatuuroverzichten, een katern
kleurenfoto's en register. Licht herziene druk (waaronder de
kleurenfoto's).