Alfred Schaffer opent in KOOI de ruimte achter onze herkenbare werkelijkheid. Deze wordt gedomineerd door het klassieke drietal: liefde, ziekte en dood. Dit is poëzie over geheimen en onzekerheden. Over de onmogelijkheid elkaar te regisseren. En over De Ander, eenvoudig te verwarren met Ik. KOOI is een sobere dichtbundel, vol tijdelijke waarheden. 'Daar gaat de wekker. We zijn live.'
Alfred Schaffer opent in KOOI de ruimte achter onze herkenbare werkelijkheid. Deze wordt gedomineerd door het klassieke drietal: liefde, ziekte en dood. Dit is poëzie over geheimen en onzekerheden. Over de onmogelijkheid elkaar te regisseren. En over De Ander, eenvoudig te verwarren met Ik. KOOI is een sobere dichtbundel, vol tijdelijke waarheden. 'Daar gaat de wekker. We zijn live.'
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Onder de titel 'Kooi' (bescherming versus gevangenschap)
herbergt de productieve Alfred Schaffer (o1973) gedichten die over
verlangen en dood gaan. Ze kennen geen onderverdeling, maar wel
afwisseling, zowel in formeel opzicht als kwalitatief. De bundel
bestaat deels uit teksten die er als sonnet uitzien maar daarvan
alleen de regels en hier en daar een 'chute' overnemen. Ze worden,
soms alleenstaand en soms met 2, 3 en 4 stuks bijeen, onderbroken
door proza van steeds 11/2 pagina (op 1 uitzondering na).
Intrinsiek ondergaat de stijl overigens geen invloed van deze
vormslag. Inhoudelijk duwt Schaffer de lezer al in de allereerste
alinea in een onnavolgbare, maar fascinerende werkelijkheid die
opvallend concreet is, maar tegelijk elk verwachtingspatroon dus
ontduikt. Een laconieke zegging, 'logisch overkomende' associaties
en een humor 'incognito' versterken de vervreemding die je als
lezer toch meent te moeten ontleden. Dit wil niet zeggen dat er
altijd een poetische ontlading volgt; Schaffers tover verstrikt
zich ook in trucjes. Het wil wel zeggen dat deze dichter veel
vermag.