Iemand van wie het hart van liefde en mededogen is vervuld,
kent nooit angst; daarvoor is in zijn hart geen plaats. Koester
liefde voor al wat leeft, dan verbindt u zich met onoverwinnelijke
kosmische krachten en wordt u sterk, en geestelijk en intellectueel
helderziend.
Iemand van wie het hart van liefde en mededogen is vervuld,
kent nooit angst; daarvoor is in zijn hart geen plaats. Koester
liefde voor al wat leeft, dan verbindt u zich met onoverwinnelijke
kosmische krachten en wordt u sterk, en geestelijk en intellectueel
helderziend.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
In een oorspronkelijk uit voordrachten bestaand boekje -voor
het eerst in 1931 verschenen- behandelt de auteur (1874-1942),
oprichter van het Theosofisch Genootschap, een aftakking van de
door Blavatsky gestichte Theosofische Vereniging, een aantal
kernvragen, die voor de esoterisch geinteresseerde mens essentieel
zijn. Hoewel het in eenvoudige taal geschreven boekje sympathiek
van opzet en uitwerking is, biedt het in feite weinig nieuws en
doet door de typisch theosofische terminologie wat gedateerd en
dweperig aan. Natuurlijk bestaat er voor dit type "mystiek" nog een
groep geinteresseerden, maar of deze groot is, valt te betwijfelen.
Verder een goed verzorgde uitgave. Aan deze editie is een index
toegevoegd, de tekst is opnieuw gezet en op spelling en taal
gemoderniseerd.