Na de bloemlezingen met korte en lange verhalen verzamelde Joost Zwagerman de beste essays en literaire non-fictie uit ons taalgebied. Opnieuw wordt er een schatkamer voor de lezer ontsloten. Met dit derde en laatste deel van DE NEDERLANDSE EN VLAAMSE LITERATUUR VANAF 1880 is het monument voor de literatuur compleet.
Na de bloemlezingen met korte en lange verhalen verzamelde Joost Zwagerman de beste essays en literaire non-fictie uit ons taalgebied. Opnieuw wordt er een schatkamer voor de lezer ontsloten. Met dit derde en laatste deel van DE NEDERLANDSE EN VLAAMSE LITERATUUR VANAF 1880 is het monument voor de literatuur compleet.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Deze bloemlezing van Nederlandse essays completeert de
trilogie van bloemlezingen van Zwagerman uit het Nederlandse proza
van na 1880 (na de korte verhalen in 2005 en langere verhalen in
2006). Het essay blijkt een tastend zoeken te zijn, nu eens bijtend
(Hermans) of reflecterend (Nooteboom), dan weer ideologisch
betrokken (J.de Kadt). In de inleiding een verantwoording van het
genre, de keuze en het voor een auteur maximale aantal te scoren
essays en de reden waarom ervan is afgeweken. De meeste essays zijn
onverkort weergegeven. Niet enkel literatoren zijn opgenomen, maar
ook historici (Johan Huizinga), filosofen (Cornelis Verhoeven),
biologen (Midas Dekkers) en psychologen (Douwe Draaisma). Sommige
namen ontbreken helaas, zoals Lolle Nauta, Marnix Gijsen, Dirk
Coster. De bundel biedt een keur aan stilistische verscheidenheid:
van omslachtig formulerende 19e-eeuwers tot het glasheldere proza
van Karel van het Reve. Ook vallen de ontwikkelingen van het genre
erin af te lezen. Deze 'Zwagerman' is uniek in de geschiedenis van
de Nederlandse literatuur, en geeft een monumentaal overzicht van
120 jaar persoonlijke reacties op culturele verschijnselen. Een
schitterend boek. Kleine letter.