In Prachtige ogen, zet literatuurstudent Julius Cramp zich af
tegen de rest van de wereld. Julius kan niet onthouden hoe je de
naam van Ierse dichters moet uitspreken en verwart zijn professoren
met Gentse dorpsgekken. Slechts een studentenbetoging, een militair
en een Droommeisje lijken zijn eentonige bestaan te kunnen
doorbreken.
In Prachtige ogen, zet literatuurstudent Julius Cramp zich af
tegen de rest van de wereld. Julius kan niet onthouden hoe je de
naam van Ierse dichters moet uitspreken en verwart zijn professoren
met Gentse dorpsgekken. Slechts een studentenbetoging, een militair
en een Droommeisje lijken zijn eentonige bestaan te kunnen
doorbreken.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Wanhoop en angst tekenen de depressie van Cramp, de centrale
figuur in deze tweeledige roman, die speelt in de jaren '76/'77.
Brusselmans beschrijft hier het leven van een student, die zijn
tijd doorbrengt in de kroeg en verlangt naar een meisje met
prachtige ogen. In de gedachtewereld van de jongen liggen
mensenliefde en mensenhaat soms dicht bij elkaar. Melancholie is
hem niet vreemd. Toch storen ten slotte de meligheid en spreektaal
waarmee de auteur werkt. Hij probeert zijn grote voorbeelden
(Salinger, Reve) in onderwerp en stijl vergeefs te imiteren.
Gebonden, kleine druk.