Als variant op de man die een pakje sigaretten gaat halen,
gaat de echtgenoot van de vertelster in Spookverschijningen
nog even voor een brood de deur uit - en komt niet meer terug. Wat
volgt is een lange, steeds hallucinerender monoloog van de vrouw
die op hem wacht. De leegte die hij achterlaat en de groeiende
angst die dat bij haar oproept worden niet psychologisch maar
natuurkundig, chemisch beschreven. Zoals Darrieussecq zelf in een
interview heeft gezegd: 'Het is een liefdesroman gezien va...
Als variant op de man die een pakje sigaretten gaat halen,
gaat de echtgenoot van de vertelster in Spookverschijningen
nog even voor een brood de deur uit - en komt niet meer terug. Wat
volgt is een lange, steeds hallucinerender monoloog van de vrouw
die op hem wacht. De leegte die hij achterlaat en de groeiende
angst die dat bij haar oproept worden niet psychologisch maar
natuurkundig, chemisch beschreven. Zoals Darrieussecq zelf in een
interview heeft gezegd: 'Het is een liefdesroman gezien vanuit de
invalshoek van de moleculen. Het is niet de persoon van de
echtgenoot die is verdwenen, het zijn zijn atomen.' Langzaam valt
het hele universum van de vrouw in losse delen uit elkaar, alles
vervloeit, waar de stad was is water, een metrostation komt uit op
het strand, spoken ontstaan uit het stof op het licht dat de kamer
binnenvalt.
Marie Darrieussecq (1969) denderde in 1996 de Franse letteren
binnen met haar debuut Truïsmes (Zeugzoenen). Met
haar tweede roman bewees ze dat ze het niet hoefde te hebben van de
mediahype die rond haar debuut ontstond.
Haar taalgebruik wordt net zo vloeiend als de oceaan die rond het
huis van haar hoofdpersoon kabbelt. Het water, de eeuwige mist, de
zee en het aquarium zijn evenzovele metaforen voor eenzaamheid,
leegte en dood. - Margot Dijkgraaf in NRC Handelsblad
Darrieussecqs dierlijke zintuiglijkheid werkt hier volop, net als
in Zeugzoenen. - Times Literary Supplement
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Deze roman van de Franse schrijfster (1969) behelst het probleem van het accepteren van een gebeurtenis die totaal onverwacht een leven kan dreigen te ontwortelen. De ikfiguur, een jonge vrouw, ervaart dit vooral letterlijk-lichamelijk. Haar man komt thuis van zijn werk en zal nog even brood gaan halen, maar hij komt niet meer terug. Ze beschrijft hoe zij van de ene emotie in de andere valt. In een lange monoloog met veel omhaal van woorden geeft ze een getrouw verslag van alle gedachten die door haar heen gaan en hoe ze langzaam maar zeker in een fantasiewereld terechtkomt. Ze meent haar man op allerlei plekken te zien en aan het eind van het verhaal heeft ze zichzelf ervan overtuigd dat hij weer terug is. Ze leeft dan met hem verder in een schijnwereld. De lezer blijft zich afvragen wat er gebeurd kan zijn, maar een antwoord op die vraag wordt niet gegeven. Hij blijft dus net zo ongewis achter als de vrouw. De knappe, maar bijna klinische beschrijving van het acceptatieproces beperkt het lezerspubliek, maar biedt voor de goede verstaander een indringende, aangrijpende geschiedenis. Normale druk. (Biblion recensie, C.M. Quist)