Een nieuwe richting geven aan de poëzie, dat was het doel
waarmee dichter en redacteur Ad van den Besten in 1950 poëziereeks
De Windroos in het leven riep: zoals een windroos alle windstreken
aangeeft, zo wilde hij de Nederlandse poëzie vernieuwen door het
werk van jonge dichters te publiceren ongeacht hun poëtische
richting of achtergrond.
In de jaren die volgden zijn er grote en blijvende dichters uit
voortgekomen.
Daarom maakte de bloemlezer en huidig windroosredacteur Henk van
Zuiden een selectie uit alle bundels die ooit in de reeks zijn
verschenen vanaf 1950 tot en met 2006. Gedichten die het waard zijn
om vandaag de dag gelezen en herlezen te worden, gedichten voor een
dag van morgen.
Een nieuwe richting geven aan de poëzie, dat was het doel
waarmee dichter en redacteur Ad van den Besten in 1950 poëziereeks
De Windroos in het leven riep: zoals een windroos alle windstreken
aangeeft, zo wilde hij de Nederlandse poëzie vernieuwen door het
werk van jonge dichters te publiceren ongeacht hun poëtische
richting of achtergrond.
In de jaren die volgden zijn er grote en blijvende dichters uit
voortgekomen.
Daarom maakte de bloemlezer en huidig windroosredacteur Henk van
Zuiden een selectie uit alle bundels die ooit in de reeks zijn
verschenen vanaf 1950 tot en met 2006. Gedichten die het waard zijn
om vandaag de dag gelezen en herlezen te worden, gedichten voor een
dag van morgen.
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Deze bloemlezing bevat de "allermooiste Windroos-gedichten
1950-2006". Uiteraard een persoonlijke keuze, maar er valt genoeg
te ontdekken, ook door jonge poezielezers. De Windroosreeks, ruim
50 jaar geleden opgericht door Ad den Besten, heeft altijd aan
jonge, onbekende dichters een podium willen bieden. De titel is
ontleend aan een bekend gedicht van Hans Andreus, een dichter die
als het ware een tussenpositie inneemt in de snelle ontwikkeling
die de Nederlandse poezie de laatste eeuw heeft doorgemaakt. De
traditionele dichters zijn vertegenwoordigd met sonnetten en
balladen, sterk anekdotisch en kundig rijmend. Daarnaast rukken de
experimentelen op met vaak korte, rijmloze versregels en nieuwe
metaforen als "mijn zonnebril van plastic doopt de bomen", waarvan
het vergelijkingselement vaak duister is. Daartussendoor komt de
spreek- en krantentaal op en hervat een enkeling het rijm. Sommige
dichters in de bundel hebben allang een grote naam, anderen moeten
zich die nog verwerven.