In het huidig Nederlands komen veel woorden en uitdrukkingen voor die uit de bijbel stammen, zoals 'Benjamin', 'met hart en nieren', 'oogappel', 'zondebok', 'zo arm als Job' en 'Abraham zien'. Maar waar ze nu precies vandaan komen, weet bijna niemand meer. De auteurs hebben deze en vele andere woorden en uitdrukkingen verzameld en voorzien van verklaringen en citaten. Ze lichten de uitdrukkingen toe door ze in hun bijbelse context te plaatsen en hun ontwikkeling te schetsen tot het Nederlands van nu.
Recensie(s)
De Nederlandse taal is voor een belangrijk deel gevormd door de Nederlandse vertaling van de Statenbijbel (1637), die in opdracht van de synode van Dordrecht (1618) is vertaald. Onze Nederlandse taal is dus gevormd in een kerkelijk-bijbelse omgeving en daarvan zijn de invloeden in woorden en uitdrukkingen tot op de dag van vandaag kenbaar. De auteurs van het 'Bijbels lexicon' zijn alfabetisch woord voor woord nagegaan hoe bijbelse woorden en uitdrukkingen in het Nederlands van nu nog kenbaar zijn. Ze hebben daarbij gebruik gemaakt van een gigantische hoeveelheid literatuur van hedendaagse schrijvers, kranten en andere bronnen en hebben die literatuur als illustratie in het boek ook verweven met bijbelse uitdrukkingen. Dat maakt het boek niet alleen interessant vanuit de positie van de theologie, maar minstens zo sterk vanuit de belangstelling voor de ontwikkeling van het Nederlands. Dit boek kan dan ook bij beide categorieen ingedeeld worden. In deze herdruk is de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) verwerkt; dat leverde al een nieuw lemma op: Lucht ('Lucht en leegte', Pred. 1:2).<br/><br/>Redactie