Het Paleis op de Dam is het enige paleis in Nederland dat niet als onderkomen voor een Oranje is gebouwd. Begin zeventiende eeuw was Amsterdam dankzij de ondernemingsgeest van zijn burgers uitgegroeid tot het belangrijkste handelscentrum van het westen. Het stadsbestuur van Amsterdam besloot dan ook in 1648, na de vrede van Munster, tot de bouw van een nieuw, monumentaal stadhuis dat de macht en het goede bewind zou uitstralen. Jacob van Campen werd als bouwmeester gekozen en in het Amsterdamse stadhuis schiep hij zijn meesterwerk, 'het achtste wereldwonder', in een stijl die we nu Hollands Classicisme noemen. In 18O8 liet Lodewijk Napoleon, koning van het Koninkrijk Holland, het stadhuis tot paleis verbouwen. De metamorfose nam korte tijd in beslag en was voor het gebouw zelf gelukkig weinig ingrijpend. In empirestijl verrezen er staatsievertrekken, een appartement voor de koning, een appartement voor zijn echtgenote, Hortense de Beauharnais, en vertrekken voor de kroonprins. De Burge
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Geschiedenis en inrichting van het Paleis op de Dam als stadhuis en als Koninklijk Paleis. Het boek bestaat uit drie delen, met noten en een bibliografie. Deel een behandelt de bouw, decoratie en inrichting van het gebouw en de gang van zaken in het zeventiende-eeuwse stadhuis. In het tweede deel wordt de herinrichting van het gebouw als paleis voor Lodewijk Napoleon beschreven en in het laatste de functie en inrichting van de voornaamste vertrekken. Parallelle presentatie van de Nederlands tekst en de Engelse vertaling. De auteur is werkzaam bij het Paleis op de Dam. De informatie, afkomstig uit archiefmateriaal, inventarislijsten en correspondentie, is over het algemeen helder gepresenteerd. Aantrekkelijk geïllustreerd met mooi gedrukte oude en nieuwe foto's van het gebouw, schilderijen, tekeningen en enkele plattegronden (totaal 58 in zwart-wit en 18 in kleur, soms paginagroot). Een aantrekkelijk en interessant boek voor lezers met belangstelling voor geschiedenis, architectuur of beeldende kunst.<br/>(Biblion recensie, Melanie Verhoeven.)