"Wat is de beste omstandigheid om door een gedicht getroffen te worden? Als je er niet op uit bent.' Zo begint het eerste stuk in dit nieuwe boek van Guus Middag - en eigenlijk zouden ze alle vijftig zo kunnen beginnen. Want allemaal vinden ze hun aanleiding in een onbevangen opstelling, een onverwacht overrompeling of een onvermoede overeenkomst. Middags gevoel voor verrassing en verbazing is telkens weer aanleiding voor een grondig onderzoek, met oog voor vreemde en geestige details, en altijd in een heldere en levendige stijl. Vijftig montere stukken die de blik verruimen en vernieuwen, en de lezer vrolijk stemmen.
Recensie(s)
In NRC/Handelsblad schrijft Guus Middag geregeld over poezie, in de breedste betekenis van het woord. Zijn rubriek heet 'Vrije regenval' en staat in de vrijdagse boekenbijlage. Vijftig van deze door hem 'kleine essays' genoemde bijdragen heeft hij hier gebundeld. Het opvallendste aan Middags aanpak is dat hij allerlei soorten poezie in het betoog betrekt: liedjes van Abba, Corrie en de Rekels, of Groningse teksten van Ede Staal gaan bij hem hand in hand met poezie van Jan Emmens, J.H. Leopold, Rutger Kopland of Joseph Brodsky. Middag is de 'eye-opener' voor wat er aardig, mooi, gek, interessant, komisch, belangrijk is aan poezie. Poezie is overal, dat blijkt uit deze luchtig en geestig geschreven stukken. Middag associeert gemakkelijk een foto, een krantenbericht, een eigen herinnering, een brief, een radio-uitzending, ja wat al niet, met gedichten en hij weet uit de verbanden die hij legt maximaal profijt te trekken, ten gunste van de poezie. Hij is een tekstinterpreet, maar allerminst een dorre, schoolse, onleesbare; hij getuigt altijd van het plezier dat het lezen van gedichten en gedichtachtige teksten hem oplevert. Zijn vorige, zwaarwegender essaybundel (met grote essays) moest herdrukt worden wegens grote belangstelling. Deze nieuwe verdient niet minder aandacht.<br/><br/>T. van Deel