Ga naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu
Engels - Paperback
240 pagina's | Random House Uk | oktober 2011
3.0 van de 5 (1 reviews)3-4 werkdagen
7 oktober 2011 | Door: Weiland | 50-59 jaar | Nijmegen
“While mortals sleep” bevat ongepubliceerde korte verhalen uit het begin van de schrijversloopbaan van Kurt Vonnegut. Niet helemaal zo goed als de drie eerdere bundelingen van ongepubliceerd kort werk (bij zijn leven nog Bagombo Snuff Box, erna: Armageddon in Retrospect, Look at the Birdie), het houdt een keer op, het uitmelken, maar toch wel goed genoeg om je weer opgenomen te weten in dat maffe universum van hem waar tenenkrommende sensaties oplossen in een heldere moraal. Goedgehumeurd moralisme is de term die in me opkomt. Jaren vijftig, de wereld dacht de hel achter zich te hebben, maar Vonnegut vertelt fijntjes hoe je voor je het weet weer in de hel bent aanbeland. En toch moet je lachen.
Vonnegut lokt je zijn verhaal in, en aan het eind heb je je les geleerd. Hij bereikt dat niet door als een ontketende predikant de les er in te rammen, maar hij biedt de lezer de kans uit de genante valkuil van het verhaal te ontsnappen: door hem aan het lachen te maken. De humor van Vonnegut biedt de lezer de mogelijkheid zijn geweten te trainen, en zo beter goed van kwaad te onderscheiden.
De belangrijkste les van de verhalen van “While mortals sleep” is samen te vatten met: zelfrespect, en aandacht voor (het lot van) de ander. Dat weet iedereen, dus slaat niemand daar acht op, tenminste niet als je het opschrijft –of zegt- zoals ik het net opschreef. Het knappe van Vonnegut is dat hij het zo brengt dat de lezer, juist op het moment dat hij aan het eind van een verhaal grinnikt of in de lach schiet, zich ook een beetje op de vingers getikt voelt, en pijnlijk doordrongen is van de noodzaak van respectvolle aandacht etc.
Dat is de goede moralist, die beleert niet, die laat je het leren. Dat is vooral een kwestie van stijl, dan moet je parabels kunnen vertellen, met allegorieën kunnen spelen. Vonnegut heeft daar zijn eigen grimmig-milde weg in gevonden.
En mildheid is de andere eigenschap van de goede moralist: hij is begaan met degene die in de fout gaat of dreigt te gaan. Maar mild wil niet zeggen dat Vonnegut het de lezer makkelijk maakt: wat hij beschrijft is echt erg, naar, genant en niet goed te praten, een grimmige werkelijkheid die je als lezer liever niet kent, en is het wel leuk?
Toch schiet je in de lach. Mijn voormalige leraar Engels hanteert met betrekking tot Vonnegut een Duitse definitie van humor: “Humor ist wenn man trotzdem lacht”. Het is balsem voor de geest van wie zich in het hedendaags vagevuur (ik ben nu goedgehumeurd) welhaast gedwongen voelt tot cynisme, zoals ook zelfs Kurt bijna het lachen was vergaan voordat hij van de trap donderde (ja, trotzdem lachen), niet voor niets noemde hij zich “een man zonder land” in het laatste boek voor zijn dood.
Zijn deze verhalen nog actueel? Laat ik twee voorbeelden noemen, twee verhalen waarin de schadelijkheid van het grote geld aan de kaak wordt gesteld. Op maatschappelijk vlak in “The epizootic”, op persoonlijk vlak in “Money talks”. Zestig jaar later heeft het grote geld de westerse beschaving aan de rand van de afgrond weten te brengen, schadelijkheid van proporties die Vonnegut zich in zijn naarste nachten niet had kunnen voorstellen, wijzelf nu nog niet trouwens. De twee verhalen zijn bij lezing nu misschien enigszins naief, maar juist daardoor weten ze het probleem bij de menselijke maat te houden en duidelijk te maken waar het in de kern om draait. Beter dan de meest nijdige opiniestukken in de krant. Het schokkende is dat het geteisem dat de afbraak op zijn geweten heeft het breken doet met veronachtzaming van welke waarde dan ook. En dat is waar Vonnegut binnen komt, want je moet trotzdem blijven lachen. Meer heb je niet, want gelijk krijg je niet.
Vond je deze review nuttig? Ja (0) | Nee (0) | Ongepast?
Selecteer één of meer kenmerken:
7 oktober 2011 | Door: Weiland | 50-59 jaar | Nijmegen
“While mortals sleep” bevat ongepubliceerde korte verhalen uit het begin van de schrijversloopbaan van Kurt Vonnegut. Niet helemaal zo goed als de drie eerdere bundelingen van ongepubliceerd kort werk (bij zijn leven nog Bagombo Snuff Box, erna: Armageddon in Retrospect, Look at the Birdie), het houdt een keer op, het uitmelken, maar toch wel goed genoeg om je weer opgenomen te weten in dat maffe universum van hem waar tenenkrommende sensaties oplossen in een heldere moraal. Goedgehumeurd moralisme is de term die in me opkomt. Jaren vijftig, de wereld dacht de hel achter zich te hebben, maar Vonnegut vertelt fijntjes hoe je voor je het weet weer in de hel bent aanbeland. En toch moet je lachen.
Vonnegut lokt je zijn verhaal in, en aan het eind heb je je les geleerd. Hij bereikt dat niet door als een ontketende predikant de les er in te rammen, maar hij biedt de lezer de kans uit de genante valkuil van het verhaal te ontsnappen: door hem aan het lachen te maken. De humor van Vonnegut biedt de lezer de mogelijkheid zijn geweten te trainen, en zo beter goed van kwaad te onderscheiden.
De belangrijkste les van de verhalen van “While mortals sleep” is samen te vatten met: zelfrespect, en aandacht voor (het lot van) de ander. Dat weet iedereen, dus slaat niemand daar acht op, tenminste niet als je het opschrijft –of zegt- zoals ik het net opschreef. Het knappe van Vonnegut is dat hij het zo brengt dat de lezer, juist op het moment dat hij aan het eind van een verhaal grinnikt of in de lach schiet, zich ook een beetje op de vingers getikt voelt, en pijnlijk doordrongen is van de noodzaak van respectvolle aandacht etc.
Dat is de goede moralist, die beleert niet, die laat je het leren. Dat is vooral een kwestie van stijl, dan moet je parabels kunnen vertellen, met allegorieën kunnen spelen. Vonnegut heeft daar zijn eigen grimmig-milde weg in gevonden.
En mildheid is de andere eigenschap van de goede moralist: hij is begaan met degene die in de fout gaat of dreigt te gaan. Maar mild wil niet zeggen dat Vonnegut het de lezer makkelijk maakt: wat hij beschrijft is echt erg, naar, genant en niet goed te praten, een grimmige werkelijkheid die je als lezer liever niet kent, en is het wel leuk?
Toch schiet je in de lach. Mijn voormalige leraar Engels hanteert met betrekking tot Vonnegut een Duitse definitie van humor: “Humor ist wenn man trotzdem lacht”. Het is balsem voor de geest van wie zich in het hedendaags vagevuur (ik ben nu goedgehumeurd) welhaast gedwongen voelt tot cynisme, zoals ook zelfs Kurt bijna het lachen was vergaan voordat hij van de trap donderde (ja, trotzdem lachen), niet voor niets noemde hij zich “een man zonder land” in het laatste boek voor zijn dood.
Zijn deze verhalen nog actueel? Laat ik twee voorbeelden noemen, twee verhalen waarin de schadelijkheid van het grote geld aan de kaak wordt gesteld. Op maatschappelijk vlak in “The epizootic”, op persoonlijk vlak in “Money talks”. Zestig jaar later heeft het grote geld de westerse beschaving aan de rand van de afgrond weten te brengen, schadelijkheid van proporties die Vonnegut zich in zijn naarste nachten niet had kunnen voorstellen, wijzelf nu nog niet trouwens. De twee verhalen zijn bij lezing nu misschien enigszins naief, maar juist daardoor weten ze het probleem bij de menselijke maat te houden en duidelijk te maken waar het in de kern om draait. Beter dan de meest nijdige opiniestukken in de krant. Het schokkende is dat het geteisem dat de afbraak op zijn geweten heeft het breken doet met veronachtzaming van welke waarde dan ook. En dat is waar Vonnegut binnen komt, want je moet trotzdem blijven lachen. Meer heb je niet, want gelijk krijg je niet.
Vond je deze review nuttig? Ja (0) | Nee (0) | Ongepast?
Veiliger betalen dan bij bol.com kan bijna niet.
Ook daarom koop je bij bol.comGa naar het hoofdmenu Ga naar het paginamenu Ga naar het begin van deze pagina