Met de Rozenoorlog vers in het geheugen staat Engeland rond 1520 op het randje van de anarcie. Als de koning komt te overlijden zonder manneleijke troonopvolger, zou dat opnieuw burgeroorlog betekenen. Henry VIII wil daarom zijn huwelijk met Katherine van Aragon ongeldig laten verklaren en met Anne Boleyn trouwen. De paus en het grootste deel van Europa zijn ertegen. Uiteindelijk betekent deze kwestie zelfs de ondergang van Henry's adviseur, kardinaal Wolsey. Er ontstaat een machtsvacuü en een impasse.
Zoon van een brute smid, politieke genie, omkomper, mannetjesputter en charmeur: het is Thomas Cromwell die in deze impasse stapt. In zijn niet te stuiten opmars naar de macht heeft hij al heel wat regels van een rigide klassenmaatschappij gebroken, en als het moet breekt hij er nog wat meer. Cromwell staat op uit de puinhopen van persoonlijke rampspoed - het verlies van zijn jonge gezien en van Wolsey, zijn geliefde baas - en behendig vindt hij zijn weg naar en door het koninklijke hof, waar man is wolf to man. Tegen alles en iedereen is hij bereid Engeland te hervormen naar zijn en Henry's wensen.
Wolf Hall is een superieure roman waarin Cromwell en zijn tijdgenoten worden neergezet op een manier die de beperking van het historische verhaal volledig ontstijgt. Nooit eerder werd deze periode uit de Engelse, of eigenlijk Europese, geschiedenis zó meeslepend en gelaagd verteld. Een zeer terechte winnaar van de Man Booker Prize!
Recensie(s)
Veelgeprezen roman over (de eerste helft van) het leven van Thomas Cromwell (1485-1540), de man die het van niets tot ongekroonde onderkoning van Engeland bracht. Hij loodste Hendrik VIII door de dramatische ontwikkelingen van de scheiding van zijn eerste vrouw, de breuk met de paus en het opheffen van de kloosters. De gebeurtenissen worden vanuit Cromwells perspectief beschreven, sommige personen, zoals St Thomas More, worden mede daardoor anders voorgesteld dan gewoonlijk, en de historische kennis en het inlevingsvermogen van de schrijfster zijn bewonderenswaardig. Hoewel bekroond met de Booker Prijs 2009 is dit ook een taai, lang, vaak verwarrend en wat pretentieus boek, met veel dialogen waarin de lezer de weg kwijtraakt. Het zal vooral Nederlandse lezers met weinig achtergrondkennis veel moeite kosten, zonder dat die moeite beloond wordt. De vertaling (de eerste van werk van Mantel) is een prestatie op zich, maar kan de problemen niet oplossen. Een vervolg is, zegt men, in de maak. Gebonden, twee leeslinten; normale druk.<br/><br/>Livia Visser-Fuchs