Sinead O'Connor

Sinead O'Connor

Omstreden Ierse diva die van haar hart geen moordkuil <br>maakt, en een zangeres met een meer dan opmerkelijk stemgeluid. Sinéad Marie Bernadette <br>O'Connor wordt geboren in Glenageary, een zuidelijk voorstadje van Dublin. Ze is de middelste in <br>een gezin van vijf kinderen. Als Sinéad acht is gaan haar ouders uit elkaar, een traumatische <br>ervaring, die lang zal doorklinken in haar leven en werk. Op school heeft ze problemen wegens <br>herhaaldelijk spijbelen en onschuldige gevallen van diefstal. Ze loopt weg bij haar moeder, die haar <br>slecht behandelt, en trekt bij haar vader in. Op haar veertiende wordt Sinéad naar een <br>nonnenschool voor moeilijk opvoedbare meisjes gestuurd. In dat jaar zingt ze ook op de bruiloft <br>van een van de leraren. Paul Byrne, broer van de bruid, is zo onder de indruk van haar stem dat hij <br>haar vraagt om bij zijn bandje, het latere In Tua Nua, te komen zingen. Sinéad levert hem een tape <br>met het zelfgeschreven Take My Hand, dat door In Tua Nua wordt opgenomen. Ze bezoekt <br>vervolgens een kostschool in Waterford en zingt in de weekends en tijdens vakanties bij de groep <br>Ton Ton Macoute. Op zekere dag wordt ze door U2-gitarist The Edge gevraagd om op de door hem <br>gecomponeerde soundtrack van de film Captive zowel vocaal als tekstueel bij te dragen aan de <br>themasong Heroine. Ook het kleine Londense label Ensign Records ziet wat in haar en biedt haar <br>een contract aan. Ze verlaat daarop onmiddellijk de kostschool en gaat de studio in voor haar zelf <br>te produceren debuutalbum The Lion And The Cobra. Tijdens de opnames is ze hoogzwanger van <br>zoon Jake en huwt diens vader, drummer John Reynolds. The Lion And The Cobra verschijnt in een <br>storm van publiciteit. Wie is dit jonge, kaalgeschoren meisje met die ongelooflijke stem, die zowel <br>ingetogen en sereen als hard en gewelddadig kan klinken? Haar uiterst persoonlijke liedjes <br>worden met veel zeggingskracht en intensiteit vertolkt en blijken nog hitgevoelig ook. De singles <br>Troy en Mandinka zijn internationale successen en The Lion And The Cobra krijgt een Grammy- <br>nominatie. In '88 staat Sinéad op het Pinkpop-festival met in haar begeleidingsgroep Andy Rourke <br>en Mike Joyce van haar favoriete groep The Smiths. In '89 maakt ze samen met performance- <br>artieste Karen Finley de single Jump In The River. Ze treedt in Chili op voor Amnesty International <br>en draagt een nummer bij aan Red Hot + Blue, het album met Cole Porter-covers ten behoeve van <br>AIDS-slachtofferhulp. In februari '90 gaat de film Hush A Bye Baby, waarin Sinéad een rol speelt, in <br>première. Ook tekent ze voor de soundtrack. Dat voorjaar scoort ze een wereldhit met het door <br>Prince geschreven nummer Nothing Compares 2 U, mede door de in het oog springende, uiterst <br>emotionele videoclip. Het album waarop dat nummer te vinden is, I Do Not Want What I Haven'T <br>Got, verkoopt meteen ook als een trein, al is de toon van de meeste nummers erg zwaar en <br>serieus. Sinéad is in één klap een wereldster, zij het eentje met een gebruiksaanwijzing. In de vele <br>interviews neemt ze bepaald geen blad voor de mond en jaagt menige collega tegen zich in het <br>harnas. Ze vestigt zich een tijdje in de Verenigde Staten, waar ze het conservatieve deel der natie <br>(gerepresenteerd door Frank Sinatra) over zich heen krijgt als ze niet toestaat dat aan het begin <br>van haar concerten traditioneel het Amerikaanse volkslied ten gehore gebracht wordt. Ook <br>weigert ze aan de officiële Grammy- en Bpi Awards-uitreikingen deel te nemen en maakt ze <br>publiekelijk ruzie met M.C. Hammer, die haar uitdaagt om uit het land te vertrekken; dan zal hij <br>haar verhuiskosten betalen. Ze houdt hem aan zijn woord, vertrekt naar Engeland en stuurt <br>Hammer de gepeperde rekening. In de zomer van '90 werkt ze mee aan de live-uitvoering van The <br>Wall in Berlijn en een jaar later is ze samen met Peter Gabriel en Sting te zien in The Simple Truth <br>(Kurd-Aid), een tv-benefiet voor de Koerden in Irak. Ook brengt ze voor dit goede doel de single <br>My Special Child uit. Zowel op Mtv als op de Ierse buis barst ze spontaan in huilen uit. Ze maakt een <br>overspannen indruk en verklaart te overwegen een punt achter haar carrière te zetten. Toch <br>verschijnt Am I Not Your Girl?, een album met covers van klassieke songs uit films en musicals, <br>waarop ze wordt bijgestaan door een 47 man tellend orkest. Het dure project blijkt een <br>commerciële flop. In oktober '92 verscheurt ze in het Amerikaanse tv-programma Saturday Night <br>Live een foto van paus Johannes Paulus Ii met de woorden: 'Fight the real enemy.' Zelf wordt de <br>zangeres enkele dagen later, tijdens haar bijdrage aan een jubileumconcert ter ere van Bob Dylan, <br>onthaald op zoveel gefluit en boegeroep dat ze van haar geplande muzikale bijdrage moet afzien. <br>Enkele dagen later maakt ze opnieuw bekend te zullen stoppen. Ze wil opera gaan studeren. Een <br>concert in Zürich, aangekondigd als haar afscheidsconcert, wordt op het laatste moment door de <br>zangeres geannuleerd. Wel staat ze in '93 enkele malen op het toneel met Peter Gabriel, aan <br>wiens album Us ze ook meewerkt. Ook zingt ze twee Ierse folksongs op een plaat van The <br>Chieftains en is ze te horen op No Prima Donna, een album met Van Morrison-covers, en op de <br>soundtrack van de film In The Name Of The Father (Island '94). Universal Mother is een sober <br>album met zowel erg persoonlijke als sterk politiek getinte songs met samples van Miles Davis, <br>Germaine Greer en voormalig eerste minister Jack Lynch. Haar deelname aan het door de <br>Verenigde Staten reizende Lollapalooza-festival moet in '95 wegens een onwerkbare combinatie <br>van zwangerschap en hittegolf worden afgebroken. Ze schrijft de openingsmuziek voor de BBC- <br>film Oh Mary This Is London, en speelt de rol van de maagd Maria in de Ierse film The Butcher Boy. <br>Gospel Oak is een folk-getint mini-album, geproduceerd door haar ex-man John Reynolds. In `97 <br>gaat zij opnieuw op tournee, maar een festival in Israël wordt op het laatste moment afgezegd <br>nadat de zangeres door een rechtse pressiegroep met de dood is bedreigd. I'm Not Your Baby is <br>de titel van het nummer dat zij samen met Bono bijdraagt aan de Wim Wenders-film The End Of <br>Violence en I Guess The Lord Must Be In New York City haar bijdrage aan de soundtrack van You <br>Got Mail. Ook werkt zij in '98 samen met de Italiaanse zanger Zucchero, de Afro CeltSound System, <br>de groep Faithless en (opnieuw) The Chieftains. Zij tekent een nieuw platencontract met Atlantic <br>en begint met Dave Stewart aan een nieuw album te werken. Samen met Thomas Dolby en het <br>producers-team van Coldcut neemt zij ten behoeve van War Child de Internet-single Them Belly <br>Full (But We Hungry) op, een cover van Bob Marley. Zij voert tevergeefs een juridisch gevecht om <br>de voogdij over de uit haar relatie met journalist John Waters voortgekomen dochter en probeert <br>in maart '99 een eind aan haar leven te maken. Vervolgens treedt zij toe tot een Rooms- <br>katholieke sekte waar zij de naam Moeder Bernadette Mary aanneemt. In '01 trouwt zij met Nick <br>Sommerlad. 'Faith And Courage' is haar eerste plaat voor Atlantic. Zij wordt hierop terzijde <br>gestaan door grote namen als Adrian Sherwood, Dave Stewart, Brian Eno, Wyclef Jean, Kevin <br>'She'kspere' Briggs en Cameron McVey, waardoor de plaat bijzonder eigentijds klinkt. Sean-Nos <br>Nua bevat eigentijdse bewerkingen van traditionele Ierse folksongs. In '03 kondigt zij opnieuw aan <br>zich uit de muziek terug te trekken om een 'normaal' leven te kunnen leiden. In een tweede brief <br>aan haar fans geeft zij vermoeidheid, rugklachten en ouderdom aan als haar beweegredenen. Zij <br>wil theologie gaan studeren en meer tijd voor man en kinderen overhouden. De dubbel-CD She <br>Who Dwells In The Secret Place Of The Most High Shall Abide en een live-DVD zullen de laatste <br>producten zijn die van haar zullen verschijnen. <br> <br>Bron: OOR Popencyclopedie

Muziek van Sinead O'Connor

78 resultaten