Al het nieuws over Afrika, stelde Paul Theroux vast, is tegenwoordig slecht nieuws. Het enige dat we over de Afrikaanse landen horen, heeft te maken met hongersnood, massamoorden en natuurrampen. Theroux had betere herinneringen aan het Afrikaanse continent. Hij dacht aan de vele verhalen, de liefelijkheid, de humor, de schoonheid van de natuur, en besloot per trein een reis te maken door het 'groenste deel van de wereld', waar hij veertig jaar geleden met veel plezier gewoond, gewerkt en rondgetrokken had. Hij was ervan overtuigd dat zijn nieuwe reis weer even plezierig zou worden.
Maar Theroux vergiste zich. Hij werd beroofd, beschoten en beschimpt. De wegen waren een verschrikking, de treinen bevonden zich in een vreselijk slechte toestand, en een infrastructuur bestond er nauwelijks. Afrika leek in veertig jaar alleen maar bergafwaarts te zijn gegaan. De mensen waren hongeriger, armer, slechter opgeleid, pessimistischer en corrupter, en de politici onderscheidden zich niet langer van medicijnmannen. Theroux werd ziek en kon vaak niet verder reizen. Toch verveelde hij zich geen moment. Integendeel: zijn verblijf in Afrilka werd een openbaring. De reis van Cairo naar Kaapstad bleek een nieuw reisboek dubbel en dwars waard te zijn.
Recensie(s)
De schrijver is een Amerikaan die vele reisboeken en een paar romans op zijn naam heeft staan. In 2001 besloot hij geheel alleen door Afrika te reizen, zonder van vliegtuigen gebruik te maken. In de jaren '60 was de schrijver als vrijwilliger van het Peace Corps leraar aan een middelbare school in Malawi en later een paar jaar hoogleraar aan de universiteit van Makarere (Oeganda). Hij reist door Egypte, Soedan, Ethiopie, Kenia, Oeganda, Tanzania, Malawi, Zimbabwe, Mozambique en de Zuid-Afrikaanse Republiek met treinen, kleine en grote bussen en soms met vrachtwagens. De auteur is een scherp waarnemer en een goed verteller. Verslagen van 19e eeuwse ontdekkingreizigers, van romans over Afrika en van verhalen van mensen die hij onderweg ontmoet, weeft hij door zijn verslag heen. Hij constateert dat vergeleken met 40 jaar geleden de armoede sterk is toegenomen. Het is onveilig, overal heerst wanorde. Infrastructuur en gebouwen verkommeren, vrijwel niets wordt onderhouden. Alleen op het platteland ontdekt hij nog iets van de oorspronkelijke Afrikaanse waardigheid. Met twee kaarten<br/><br/>Drs. J. van der Meulen