Het is mei 1552. In het Zuid-Franse Toulouse probeert de jonge Sophie zich te ontworstelen aan de invloed van haar vader. Sophie ontdekt dat achter diens succesvolle handel in blauwe verfstof een wereld van fraude en omkoping schuilgaat. Ze lijkt niet meer dan een stuk op vaders machtige schaakbord. Als ze in opstand komt tegen haar dreigende uithuwelijking wordt ze zelf het hardst getroffen. Intussen lopen de spanningen tussen katholieken en protestanten steeds verder op. De gevolgen voor de handel zijn dramatisch. Zal het duivelsblauw vader en dochter voor altijd uiteen drijven? Of zullen ze in het heetst van de strijd het goede van het kwade weten te onderscheiden?
Recensie(s)
Het debuut van een Nederlandse juriste vervlecht een aantal historisch interessante gebeurtenissen met een redelijk onbekend thema: de teelt van wede als voor de stoffenhandel belangrijk product voor de verfstof blauw (indigo). In de tweede helft van de 16 eeuw vlucht een zelfbewuste dochter uit een bemiddeld koopmansgezin in Toulouse voor de geile huwelijkskandidaat van haar autoritaire vader naar een klooster waar zij haar nieuwsgierigheid naar de teelt van wede kan bevredigen. Ze leert bij haar man, een blauwverver, het product te verfijnen, maar komt door het nieuwe protestantse geloof in het nauw. Vooral de tijdgeest in en rond Toulouse en het productieproces zijn een genot om te lezen, maar de karaktertekening anders dan van de hoofdpersoon is mager en de opbouw niet sterk genoeg om de maatschappelijke context en de godsdienststrijd goed uit de verf te laten komen. De stijl is zakelijk, hier en daar wat opsommend, en zou gebaat zijn met meer doorvoelde dialogen. Voor een historisch debuut spelend in een lastige overgangstijd zeker lovenswaardig. Met verklarende woordenlijst en nawoord van de auteur. Kleine druk.<br/><br/>Mieke Starmans-van Haren