300 jaar geleden werd Rousseau geboren. En hij is nog altijd onder ons, nu meer dan ooit. Want Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is de uitvinder van het ik dat wij sinds meer dan twee eeuwen nastreven en dat ik staat hoog op de agenda. In de politiek, de kunst, het onderwijs, op tv en in ons eigen leven.
Vanaf Rousseau zijn we in de greep van het verlangen naar echtheid. Naar de natuur, naar spontaniteit, jeugd, vriendschap en liefde. Dankzij Facebook snappen we dat we onszelf moeten spelen, zoals de echtheid van Boer Zoekt Vrouw geregisseerd is en de oprechtheid van de politicus het product is van mediatraining. Er loopt een rechte lijn van Rousseau naar de smiley en andere emoticons.
Authenticiteit is onmogelijk. Dat laat Rousseau onbedoeld zien. Vooral in zijn eigen leven, waarover hij uitvoerig schrijft. De paradoxen daarin zijn niet te wijten aan de dwarsheid van deze soms hysterische filosoof, maar aan het verlangen naar echtheid zelf. Eerlijkheid leidt tot hypocrisie, heimwee naar de natuur tot aanstellerij.
In Rousseau en ik beschrijft Maarten Doorman hoe we nog steeds in zulke verlangens vastzitten en vraagt hij zich af of we kunnen ontsnappen aan de erfenis van Rousseau.
Maarten Doorman is een van de spraakmakendste filosofen van Nederland. Hij doceert aan de universiteiten van Amsterdam en Maastricht. Daarnaast is hij dichter en essayist. Van hem verscheen onder meer De romantische orde.
'De romantische orde is heel goed geschreven. (...) De schrijver schrikt niet terug voor de grote greep.' nrc handelsblad
Recensie(s)
Wij moderne mensen moeten authentiek zijn. Het onderwijs is bedoeld om jezelf te worden, de moderne media tonen continu hoezeer dat is gelukt, en van ware liefde op reality-tv tot eerlijk vlees in de supermarkt is echtheid het keurmerk van het ware. Maarten Doorman, filosoof, criticus, dichter en essayist, verbonden aan de universiteiten van Amsterdam en Maastricht, beschouwt Rousseau als de uitvinder van dat ik dat rusteloos op zoek is naar zijn ware zelf. Voortbouwend op zijn brede overzicht 'De romantische orde' (2004)* laat hij in dit beknopte, maar uiterst trefzekere essay zien hoezeer de Rousseau van de 'Confessions' en van de grote romans als 'Julie' en 'Emile' zichzelf verstrikt in precies dezelfde paradoxen die de huidige hype van echtheid laten uitmonden in hypocrisie en effectbejag. Boeiend, uitermate leesbaar en vol bij tijden zachtjes bijtende humor. Met een lijst van geraadpleegde literatuur.<br/><br/>Dr. D.G. van der Steen