Van de lente de dauw is het eerste deel van een geheel nieuwe uitgave van de reisverhalen van Cees Nooteboom. Als eerste werelddeel is Azië aan de beurt, met reizen naar onder andere Perzië, Birma, Maleisië, Borneo, Thailand, Macao en vooral Japan, een land waarvan kunst, cultuur, landschap en bewoners Nooteboom in hoge mate blijven fascineren. Zijn schitterende verslag van een bezoek aan de oude hofstad Kyoto (1993) verschijnt hier voor het eerst in boekvorm.Als een van de eerste Nederlandse schrijvers na Couperus is Cees Nooteboom er weer in geslaagd het reisverhaal te verheffen tot een volwaardig literair genre: 'Reizen heeft voor mij te maken met een gevoel van voorlopigheid, het is een goede metafoor voor de tijdelijkheid van het bestaan. Mensen die zich al te zeer aan één oriëntatiepunt vasthouden, die laten zich bedriegen.' - Cees Nooteboom Van de lente de dauw verschijnt tegelijkertijd in Frankrijk bij Actes Sud en in Duitsland bij Suhrkamp.De literaire kritiek over Nootebooms reisverhalen:* Wat hij zoekt is het besef van het onoverbrugbare. Hij is de schrijver die zichzelf meet met de cultuur die hij betreedt. -Doeschka Meijsing in Elsevier * Nooteboom is de meester van het reisverhaal. [...] de drie in Birma spelende verhalen zijn dan ook schitterend geworden - ze maken dat de lezer direct zelf op reis wil gaan. - Hans Warren in PZC* [...] bereikt ten volle het evenwicht tussen de fascinerende observaties en de nimmer aflatende polemiek met het eigen gevoels- en geestesleven. -Joost Zwagerman in Vrij Nederland
Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
Bundel met verhalen naar aanleiding van oosterse reizen gemaakt tussen 1975 en 1993. Bevat op een enkele uitzondering na verhalen die al eerder in andere bundels waren opgenomen, maar nu geografisch geordend zijn. Nooteboom bezoekt moskeeën in het voormalig Perzië en reist door Birma en Maleisië inclusief het Maleisische deel van Borneo. Hij loopt rond in de ruïnestad Ayuthiya in Thailand en waagt een gokje in een casino in Macao. In de bundel neemt Japan met acht verhalen een centrale plaats in. De schrijver bezoekt het parlement, keizerlijke tuinen, een sauna, vele tempels en het platteland. In Londen en Parijs bezoekt hij tentoonstellingen over oude Japanse kunst. Steeds beschrijft Nooteboom zijn reizen in een prachtige, poëtische taal, met een uitgebalanceerde en steeds boeiende combinatie van feiten, observaties van mensen, gebouwen en landschappen en persoonlijke gevoelens en gedachten.<br/>(Biblion recensie, B. Schmidt.)